centrum voor bewuster zijn |
|
Gerard
Stel je voor: aan de voet van de molen wat tafels, rijk beladen met
eten, daar omheen overal in het gras verspreid mensen, kinderen, een enkel
hondje, allemaal een bord op schoot (behalve het hondje dan). Dat
was hoe we aten in het zomerdanskamp. Nadat we om te beginnen een
kring hadden gevormd om de tafels en iets hadden gezongen, een mantra,
een vrolijke zegenbede, een danklied voor God en de kok.
Stel je voor: een grote tent, op een stil plekje vlakbij de beek, de
bodem belegd met tapijtjes, de zijkanten deels opgerold zodat we recht
in het groen keken. We zitten, reciteren en zingen mantra’s, daarbij
vaak ook het lichaam bewegend, doen een ademoefening. Dat was hoe
we mediteerden.
Stel je voor: een grasveld onder een grote wilg, waar in een grote
kring mensen (en soms kinderen) een mantra of andere heilige tekst zingen,
en daarop eenvoudige passen maken. Soms maken ze (oog)contact met anderen,
vaak houden ze handen vast. Soms raken ze ontroerd, of blij, of voelen
ineens
even verbondenheid, met de anderen, de wereld om hen heen, met God.
Dat was hoe we dansten.
Ik kan er nog veel meer over vertellen, want ik had het voorrecht om
deze keer deel te mogen nemen aan het festijn, en het heeft me diep geraakt.
Maar eigenlijk kan ik jullie beter uitnodigen om ook te komen, dit jaar,
en het zelf mee te maken.
Renée
PS inmiddels is de sneeuw weg en staan de sneeuwklokjes in bloei. En
hebben we al weer een maaltje veldsla uit de tuin gegeten.
Kort geleden ontvingen Renée en ik een bericht van een goeie
vriendin met de inhoud: “het gaat ons goed, heel goed”. Die mededeling
heeft me sindsdien niet meer losgelaten. “Het gaat me goed” hoor ik niet
zo vaak. Van mijn naaste omgeving niet en als ik de krant lees of naar
de televisie kijk, nog minder. Het klinkt me bijna ongeloofwaardig en gênant
in de oren. Hoe kan het iemand goed gaan in deze tijd van terrorisme, honger,
draaideurcriminelen, toenemende armoede, neergestoken en geschoten
leerkrachten, 50.000 doden en 100.000 gewonden in Iran enz enz?
Langzamerhand begon het tot me door te dringen dat ik zelf nogal wat
slagen om de arm hou als (ik vind dat) het me goed gaat. Eén
stem in mij begint onmiddellijk op alle ellende in de wereld te wijzen
en probeert mij daarmee het recht op “goed gaan” te ontzeggen. Sterker
nog: probeert me een beetje schuldig te laten voelen. Een ander wijst erop,
dat alles wat omhoog gaat, ook weer omlaag gaat. Als het nu goed gaat,
betekent dat, dat ik nu op de
top ben en dat dat tevens het begin van de neergang is. Met andere
woorden: schenk er niet teveel aandacht aan, anders is de teleurstelling
straks extra groot. Ook een goede bekende van me is degene die me eraan
herinnert dat het altijd beter kan. Kijk maar om je heen, zegt ie. Er zijn
mensen die meer bewust zijn, minder last van hun geschiedenis hebben, meer
geld hebben, mooier huis hebben enz. Voor het deel van mij, dat hier aan
het woord is,
is de ervaring van “het goed hebben” zelfs gevaarlijk. Hij is bang
dat dan de energie om te streven naar meer, verder en beter verdwijnt.
Dat is de dood in de pot; sterker nog, daarmee loop je het risico de waardering
van de wereld te verliezen. En hoewel ik opgegroeid ben in de sfeer van
Roomsche Blijheid, heeft de Calvinistische invloed toch ook zijn werk gedaan.
Begrippen als “in het zweet des aanschijns” verbonden met “brood verdienen”
en
“ledigheid” met “des duivels oor” spelen vermoedelijk in mijn psyche
ergens ook nog wel een sturende rol. Kortom, is er de beleving van “het
gaat goed”, dan beginnen allerlei krachten de poten daaronder vandaan te
zagen.
Echter, ik kan er niet omheen dat ik het ontzettend goed heb. Gezond,
samenwonend met “mijn” fantastische vrouw op de mooiste plek van de wereld,
kinderen en kleinkind die lekker gaan, financieel onafhankelijk, een molen
die steeds beter gaat draaien en inmiddels wat besef van dat er meer is
tussen hemel en aarde dan ik ooit voor mogelijk hield. Ik denk dat weinig
mensen in zo´n bevoorrechte positie zitten. Ik voel gêne
opkomen als ik dit
zo open en bloot schrijf. Maar voor mij is het wel zo.
Inmiddels erken ik dat, overigens zonder de “potenzagers” in de doofpot
te stoppen. Ze hebben natuurlijk niet helemaal ongelijk. Er is (ook) grote
ellende in de wereld, het leven gaat op en neer, het kan altijd beter,
iedere dag niksen word ik niet vrolijk van. Maar omdat die stemmen nogal
onbewust waren, konden ze lekker hun gang gaan en ongemerkt mijn zicht
op mijn zegeningen vergrauwen en me aanzetten tot het streven naar meer
en
beter, zonder dat daar een inherent genieten mee verbonden was. Bovendien
wortelen ze in een diepere laag die met overlevingsangst te maken heeft
en die een onnodige lading aan ze geeft.
Het wonderlijke is, dat het bezig zijn met dit onderwerp me ook in
contact brengt met een sfeer die als intrinsiek “goed” aandoet. Achter
de op- en neergaande wereld van goed en slecht, lijkt “iets” te zijn dat
inherent goed is, zonder het tegendeel slecht. Daar heeft alles z´n
eigenwaarde, niet als nut voor iets of iemand, maar in zichzelf,
alles is op z´n plek, probleemloos, gemakkelijk, eenvoudig. Daar
worden geen afwegingen positief-negatief
gemaakt, daar is alles zoals het is, stralend lijkt het wel.
Wat heeft dat nu allemaal met de nieuwsbrief over de molen te maken?
Ik weet het niet goed. Dit is wat zich voordoet als ik naar buiten kijk
en het besneeuwde dal zie van de rivier de Uhlavka waar de molen aan ligt,
de begroeide hellingen, de rotsen, de stilte hoor, de rust, ruimte en vrijheid
voel die deze plek lijkt uit te stralen. Het is een verlangen anderen mee
te laten delen en een uitnodiging dit hier ook te komen ervaren. Tegelijkertijd
weet ik
heel goed dat het in wezen niet met een plek te maken heeft. De sfeer
die ik bedoel is altijd in/met iedereen. We hebben het alleen meestal te
druk met andere dingen waardoor we afgeleid zijn. Mij helpt zo´n
plek als deze om weer in contact te zijn. Misschien jou ook. Je bent
van harte welkom het uit te proberen.
En??? Co noveho? wat’s nieuw??? Dat is een vraag die Tsjechen ons
vaak stellen. Daarop antwoorden wij dan soms, dat onze kippen vandaag alweer
een nieuw ei hebben gelegd. Met andere woorden, er is niet zoveel groot
nieuws hier, maar we zijn ons er zeer van bewust, dat ieder moment nieuw
is, iedere sneeuwvlok op z’n eigen wijze fonkelt, ieder knopje dat straks
uitbot weer uniek en mooi is.
Een kleine terugblik: in het vroege voorjaar hebben we de grote keuken
een opknapbeurt gegeven. Die is een stuk ruimer, lichter en praktischer
geworden. Ik ben daar erg blij mee. Bovendien kwam het goed van pas, want
het aantal gasten was afgelopen jaar weer een stuk hoger dan het jaar ervoor.
Dat werd onder andere veroorzaakt doordat onze minicamping begon te lopen.
In mei werden we verrast met het verschijnen van een grij(n)zende heer
op onze binnenplaats. Hij was duidelijk Nederlander en bleek van het naburige
dorpje Tunechody te zijn komen wandelen. Hij had daar vrouw, auto en caravan
achtergelaten om te verkennen of onze molen bereikbaar was. Voor wie de
situatie hier niet kent: vanuit Tunechody leidt een hobbel-, stenen- en
gatenpad steil naar beneden het dal in naar de molen. Voor auto met caravan
onbegaanbaar. Om van daar bij ons te komen, moet je zowat 20 km omrijden
over de dichtstbijzijnde brug over de Uhlavka. Zij waren de pioniers van
veel meer kampeerders die daarna kwamen. De meesten ook na een vermoeiende
zoektocht. Wie ons vond, onthaalden we met een koele dronk en werd weer
op pad gestuurd met een beschrijving van de juiste aanrijroute. Gelukkig
ging het later in de zomer allemaal wat makkelijker. Toen verstrekte de
campingorganisatie het juiste
telefoonnummer van ons zodat wij een goeie routebeschrijving konden
geven.
Behalve de kampeerders hadden ook de pensiongasten het naar hun zin.
En wij hebben genoten van de soms intensieve contacten, al dan niet bij
het kampvuur, of gewoon op het bankje bij de rivier. Overigens waren er
ook, die helemaal hun eigen gang gingen en die we nauwelijks gesproken
hebben. Het is leuk te merken, hoe gemakkelijk gasten met heel verschillende
achtergrond, met elkaar omgaan.
Verder waren er natuurlijk de workshops, sommige voor Tsjechen. Bansi
en Yashodara Citroen, de bekende mantrazangers, gaven een stemretraite,
die met groot enthousiasme ontvangen werd. Ook het concert dat zij met
hun groep, Vrindavan, in Plzen gaven, tijdens een “nieuwetijds” festival,
was met zo’n 300 bezoekers een zinderend feest. We gaan dat dit jaar trouwens
herhalen, voorafgaand aan de stemretraite voor Nederlanders. Ook
onze trouwe vrienden Jitte en Nico kwamen weer met hun workshop “Vier het
Leven”. Evenals in voorgaande jaren vlogen de spetters er af. We
hopen dat dat dit jaar ook weer gaat gebeuren.
Natuurlijk hebben wijzelf ook wel eens behoefte om wat inspiratie op
te doen. Zo kwam het dat ik in het voorjaar hier, in Tsjechië een
workshop volgde. Daarin werden mantra’s (ik ben nog steeds begeesterd door
mantra’s) niet alleen gezongen, we dansten op die melodieën ook prachtige
kringdansen. De begeleiding was in de vaardige handen van Ariënne
en Wim van der Zwan. Na afloop was ik zo enthousiast dat... je raadt het
al: ook zij komen deze zomer naar de molen. Niet voor een gewone workshop,
maar om een zomerkamp te begeleiden, met leraren én deelnemers uit
vele landen. Het belooft heel bijzonder te worden.
De precieze data van de “evenementen” van dit jaar vind je in de folder.
Is ie niet mooi geworden trouwens? Wijzelf vinden van wel. Mocht je zin
hebben er een paar uit te delen in je omgeving, laat ons dat dan even weten,
bij voorkeur via e-mail, dan sturen we je er meer.
Ja, wij zitten nu al voor de tweede winter permanent in de molen. En
dat gaat heel goed. Met Oud en Nieuw hadden we een weekje gasten (een erg
leuke week was dat trouwens), verder is het hier stil. We wandelen, mediteren,
lezen veel, soms een spelletje. Gerard probeert zich het Tsjechisch eigen
te maken en de helikonka onder de knie te krijgen. Ik verdiep me in m’n
stamboom, waarvoor ik dankzij internet van hier uit veel onderzoek kan
doen.
Verder zijn we begonnen met de voorbereidingen om er weer een
mooie zomer van te maken. Eerstdaags ga ik de zaden al tevoorschijn halen
en in bakjes wat voorzaaien. Hoewel dat een beetje raar aandoet. De wilg
en de hazelaar hebben weliswaar al weer katjes, maar het sneeuwt behoorlijk
op het ogenblik. Er ligt zo’n 20 cm en de vorst zit diep in de grond. De
tuin zal dus nog wel een poosje bevroren blijven. Geeft niks, wij genieten
er van én kijken uit naar het voorjaar, de zomer en jullie.
Vanmorgen maakte ik een wandeling langs “onze” rivier. Heerlijk
weer, het begon zelfs al een beetje warm te worden, nog
veel sneeuw in het dal, maar hier en daar komt het gras al te voorschijn.
Rust en vredigheid. Ik ga op een omgevallen
boom zitten en kijk over het beijste moeras, de zon pal voor me. Een
stralende felheid komt me tegemoet. En dan opeens
is het of ik verdwijn, terwijl het tegelijkertijd heel helder wordt.
Alles wordt veel scherper waargenomen. Er blijkt een
ongekende flonkering in de sneeuw met vele nuances, alles knispert
en fluistert om me heen, het voelt aan als éénzijn, er
is geen ik-centrum meer, er is alleen waarnemen. Er is een diep gevoel
van leegte en stilte met daarin alles wat er is aan
beelden, geluiden, gevoelens etc. Langzamerhand verdwijnt de ervaring
weer en ik wandel de ijs- en sneeuwvlakte op.
Soms zak ik tot aan mijn knieën in de sneeuw en een diep gevoel
van tevredenheid overvalt me.
Als ik terugloop besef ik dat ik dit soort ervaringen wel vaker heb
als ik in de natuur ben. Kennelijk is natuur de omgeving
waar zich dat makkelijk voordoet. Misschien herinnert het daar aan
een natuurlijke staat. Het is een omgeving waar nog
relatief weinig is ingegrepen door de mens, waar mijn denken dus niet
zoveel wordt aangesproken. Integendeel! Volgens
mijn denknormen is het er een rotzooi, afgebroken takken, rottende
bladeren, her en der drollen, geen lijn loopt recht. En
toch voelt iets anders dan mijn ratio zich erdoor aangetrokken en heb
ik er soms van die hierboven beschreven
ervaringen.
Alleen-zijn speelt ook mee. Mijn denken heeft op zich genomen mij te
beschermen, ook daar waar het, nu ik groot ben, niet
meer nodig is. Maar het is zijn rol als instandhouder van mijn
vorm wat al te serieus gaan opvatten. Die voornamelijk
onbewuste beschermingsstrategie is vooral ontstaan in relatie met anderen.
Dus als er geen anderen zijn kan de
verdediging op een laag pitje, kan er ontkramping optreden en is er
meer kans voor de natuurlijke staat om zich te
ontvouwen.
Het opmerkelijke is dat ik vorig jaar in deze tijd ook nogal wat openende
ervaringen had. Het daverde van de inzichten. Ik
begon te geloven dat ik me Zijn weer herinnerde. Ik durfde het aan
om daarover workshops te gaan geven en ik gaf
meditatiecursussen voor Tsjechen. Totdat duidelijk werd dat er bijna
geen belangstelling was voor mijn workshops. Al
dan niet in samenhang daarmee, raakte ik in de loop van het jaar steeds
meer met mezelf en anderen in de knoop. Aan het
eind van het seizoen was ik doodmoe. Het leek of ik ronddoolde in een
kale en dorre woestijn en heel ver van Zijn was
afgedreven. Ik was dolblij dat niemand zich meldde voor mijn workshops.
Ik had niet geweten wat ik er zou moeten doen.
In die periode las ik het boek: “Na het feest komt de afwas”. Daarin
beschrijft Jack Kornfield de vaak diepe (emotionele)
dalen die mensen doormaken nadat ze bewustzijnsverruimende ervaringen
of periodes hebben gehad. Ik herkende
mezelf daar erg in. Ik was tot over m’n oren met de afwas bezig!
Na de mooie ervaringen aan het begin van het jaar, was ik min of meer
gaan geloven dat ik verlicht was, nog niet
helemaal, maar toch... en in mijn ideaalplaatje daarover paste niet
dat zich nog veel vervelende gevoelens zouden
voordoen. Laat staan, dat ik me daar nog mee bezig zou hoeven houden.
Maar ja, kennelijk is het zo dat die gevoelens zich
dan met mij, al dan niet verlicht, gaan bezig houden.
Eigenlijk streef ik al jaren naar die verrukkelijke, stromende staat.
Ik heb daarom vele workshops en opleidingen gedaan
en stapels boeken gelezen. Het had ook wel effect. Ik kreeg meer zicht
op mijn aannames en overtuigingen, ik ging meer
voelen en begrijpen waar dat vandaan kwam en ik kon het één
en ander loslaten. Het vervelende was echter dat ik
regelmatig te horen en te lezen kreeg dat ik nooit die zo vurig gewenste
verrukkelijke staat zou bereiken. En dat was ook
zo. Het overviel me zo nu en dan wel eens, maar dat leek meer ondanks
dan dankzij mijn streven. Op den duur begon ik in
te zien dat de strever naar de verrukkelijke staat streeft, omdat ie
in wezen bang is. Dus zolang de strever er is, is er
angst, wat ie ook doet om daar vanaf te komen. De schrik en teleurstelling
worden dan ook steeds groter als er weer
moet worden afgewassen.
Langzaam maar zeker begin ik toe te laten: na het feest komt de afwas.
Zo zit dit leven in elkaar. Maar langzaam maar zeker
begint ook de waarheid tot me door te dringen dat die leuke toppen
en vervelende dalen zich voordoen in “iets” dat er
altijd is. “Iets” wat niet aangedaan wordt door welke golf dan ook,
vergelijkbaar met de zee waarin de golf verschijnt. Je
zou dat “iets” wetendheid, kennendheid of bewustzijn kunnen noemen
en het heeft voor mij kenmerken als basale rust,
mildheid en openheid. Het lijkt erop, dat hoe meer ik mijn aandacht
richt op dat “iets”, hoe eenvoudiger mijn leven er
uitziet. Er ontstaat een soort losheid, gemak, soepelheid. Voor zover
ik het nu zie, heeft dat vooral te maken met het
minder dwingend worden van mijn streven naar wat ik leuk vind en verzet
tegen wat ik niet leuk vind. Ik merk wél
duidelijker wat ik leuk en niet leuk vind, maar ik hoef er niet zoveel
meer mee. Ook is er meer ruimte voor andere
meningen dan de mijne. Leven lijkt niet meer zo eng. Kortom het is
nog leuk ook! Maar als ik ga proberen dat te bereiken
of vast te houden, glipt het uit m´n vingers. Ik kan er niets
aan doen. Het onstaat vanZelf. Dat helemaal gewoon beleven is
Het.
Gerard
Het was een (soms over)stromend jaar, dat we achter de rug hebben.
Letterlijk hadden we toch weer
twee keer de kelder blank staan. Dachten we vorig jaar het water te
slim af te zijn, nu moesten we
erkennen dat de zaak toch anders lag. Bij de grote overstroming die
vorig jaar oktober delen van Praag en
Dresden onder water zette hadden wij 30 cm water in de kelder, en begin
januari (in de rest van Tsjechië
niets aan de hand), vestigden wij ons voorlopig record op een halve
meter. Weinig schade, wel veel
schoon te maken naderhand.
Verder was er de afgelopen zomer ook een regelmatige stroom van gasten.
Vooral vakantievierders
wisten de weg naar ons te vinden, soms met eigen caravan of vouwwagen,
soms voor een verblijf in de
molen zelf. Voor velen van hen én voor ons zelf bleek het prettig
de dag te beginnen met een uur, gewijd
aan lichaamswerk, mantrazingen en meditatie.
Ook steeds meer Tsjechen vonden de weg naar ons. Op 1 juni openden
we onze nieuwe zaal met een
open dag voor onze
Tsjechische vrienden, die erg genoten van de sfeer hier. Er kwam zelfs
een aantal nieuwe
belangstellenden opdagen. Wij zijn daar erg blij mee, omdat we vanaf
het begin het idee hadden dat we
ook graag voor onze nieuwe landgenoten iets wilden betekenen. Naderhand
hebben we nog diverse
ééndaagse workshops voor hen georganiseerd en een tuinwerkdag.
Die workshops werden trouwens
voor een flink deel verzorgd door Nederlandse workshopgevers en gasten.
Het waren voor ons allemaal
mooie en soms ontroerende ervaringen.
Soms stolt de stroom. Dan wordt ons riviertje een ijswereld of is er
opeens geen geld meer om onze
plannen verder te verwezenlijken. Die ijswereld was prachtig
trouwens, iedere dag anders, altijd mooi en
boeiend. Ik heb er heel veel foto’s van gemaakt en hoop er daar een
aantal van te exposeren in de molen.
En de geldstroom die ons tot nu toe voedde is ook gestopt, waardoor
de reeks van jaarlijkse
verbouwingen tot stilstand is gekomen. In het afgelopen jaar
kwam er een nieuwe zaal met daarnaast
een ruime gastenkamer, de recreatieruimte beneden kreeg een houtkachel
waarvoor een hele nieuwe
schoorsteen gebouwd werd en omdat de steigers er toch eenmaal stonden
is ook vast de kopse gevel
vernieuwd. Die laat ons stralend zien hoe ooit het hele huis zal worden.
Voor dit jaar stond een
reconstructie van de keuken en de ruimtes eromheen op het programma.
Maar zonder geld gaat dat niet.
Gelukkig kregen we een Steunbeer, zodat we toch iets kunnen doen. We
doen dat nu zelf en geven de
keuken een wat kleinere (maar voor ons heel stevige) opknapbeurt. ’t
Word prachtig! En het blijkt ook heel
fijn te zijn om zo met z’n tweetjes de handen uit de mouwen te steken.
Gerard timmert en tegelt, ik
schilder en naai en langzaam maar zeker ontstaat er iets moois. Wij
vinden het allebei fijn, merken we,
om nu eens niet te regelen en inspecteren, maar om lekker zelf, heel
aards, bezig te zijn. Dat geeft een
heel tevreden gevoel. En zo ontdekken we weer eens dat ieder nadeel
z’n voordeel heeft, stroming of
stolling, het hoort bij het leven en als je daar bij blijft komt er
altijd weer iets goeds uit.
Ja, en wij hebben dus voor het eerst hier overwinterd. We kregen gelijk
een prachtige winter. Bijna twee
maanden sneeuw (skieën dus), soms strenge vorst, op sommige dagen
ijzel, meestal net als we
dringend weg moesten. Wie onze toegangsweg kent, zal begrijpen dat
dat niet altijd eenvoudig was. We
kunnen inmiddels wel heel goed sneeuwkettingen omleggen (en vooral
afdoen!.) We zijn dus nog meer
dan andere jaren op onszelf en elkaar aangewezen. En hebben het goed
met elkaar. We genieten van
lange wandelingen en de stilte en rust hier. En werk natuurlijk, er
is altijd werk. Maar we zijn ons er goed
van bewust hoe heerlijk het is om dat te mogen doen in zo’n omgeving,
in ons eigen tempo en voor ons
eigen plezier.
Een gewaardeerde hulp bij dat werk is Franta, die zich steeds meer
ontwikkelt tot onze “majordomus”.
Franta is een jonge, dove man uit het naburige dorp die, al in ons
eerste jaar hier, besloot dat hij bij ons
wilde werken. In het begin ging dat niet zo goed, maar langzamerhand
krijgt hij steeds meer in de vingers.
Afwassen, schoonmaken, hooien, de keuken witten, het kippenhok verzorgen....
hij doet het allemaal
graag.
Ons huishouden is verder uitgebreid met een toom kippen en een grote
witte haan. Ook nieuw is Plurk,
onze derde, eveneens witte kater. Hij kwam als een broodmager
vondelingetje maar is inmiddels al bijna
net zo groot als Joris. Groot dus. En héél energiek.
Gaat graag – luid mauwend - mee op onze
wandelingen en verbouwt samen met Kleine het hele huis. We zijn blij
met ‘em.
Renée
Daarin wil ik thema's naar voren laten komen waar ik op dit moment mee
bezig ben. Bijvoorbeeld, dat ik zo langzamerhand begin toe te geven dat
het eigenlijk eenvoudig is in contact te zijn met meZelf, Zijn, Heelheid,
Al, Ongrond, Essentie, of hoe je het onnoembare ook wilt noemen. Het is
echt alleen maar een kwestie van een ander standpunt innemen, of beter:
van geen standpunt innemen. Wat zich dan aan mij voordoet heb ik geen juiste
woorden voor. Voorlopig benoem ik het maar als stilte en leegte, en als
een sfeer van lichtheid, gemak, plezier, betrokkenheid, eenvoud, helderheid.
En vervolgens uitkijken dat ik niet ga proberen dat vast te houden!
Tegelijk ervaar ik, dat iets in mij me er nogal krachtig vanaf probeert
te houden. Het is namelijk heel beangstigend. Het betekent: alles, inclusief
mezelf, loslaten. En dat lijkt levensgevaarlijk voor mijn dagelijks bewustzijn.
In zekere zin is dat natuurlijk ook zo. Mijn dagelijkse ik raakt de controle
kwijt, en denkt letterlijk "vreselijk" kwetsbaar te worden. Het vergt zo
nu en dan heel wat aandacht om me niet te laten meeslepen door die angst.
Daarbij komt, dat ik nogal wat overtuigingen koester die het extra
moeilijk maken. Ik heb uitdrukkingen als: bewustzijnspad, lange en smalle
weg, het is hard werken e.d. goed tussen m'n oren geknoopt. Dat er zoveel
scholen, opleidingen, leraren en meesters zijn, sterkt mijn aanname dat
bewust worden een moeizame en langdurige zaak is. Bovendien ben ik er al
heel wat jaren mee bezig! Mijn ego heeft dus een prachtige verdediging
opgebouwd tegen helemaal loslaten. Een beetje loslaten, zo nu en dan eens
een glimp, o.k., maar (onbewust) blijft: het is een lange en moeizame weg.
Ik vind het interessant te merken, dat sinds ik me van deze overtuigingen
bewust word, ik meer in contact kan zijn met heelheid, hoe verkrampt ik
soms ook ben.
Een ander facet waar ik graag aandacht aan wil schenken is: liefde.
Heel lang een woord waar ik argwaan bij voelde. Naar mijn idee wordt het
woord liefde vaak oneigenlijk gebruikt. De laatste tijd ervaar ik van binnenuit
dat liefde voor mij betekent: de capaciteit met alles en iedereen samen
te zijn in "mijn" geestelijke ruimte. Het betekent de bereidheid om alles
wat "anders" is, alles wat ik afwijs, ook in mezelf op te nemen, me eigen
te laten zijn. Op deze manier is liefde heiligend, heel makend. Zij verbindt
door het afgewezene op te nemen in het eigene. Deze liefde is ook onthechtend.
Je moet je van je bestaande vorm losmaken om het buitengeslotene te kunnen
toelaten. Zij doet je ook je keuzes relativeren. Bij iedere keuze besef
je dat je dat wat je niet kiest laat liggen, maar je sluit het niet meer
buiten. Je identificeert je met niets meer, of anders gezegd, met alles.
Je kunt je in deze liefde oefenen, heb ik gemerkt. Voor dat wat me
aanstaat, bij mij past, is er vanzelf liefde. Hoewel je kunt oefenen er
meer van bewust te zijn. Maar om "het andere" in m'n hart te
sluiten moet ik vaak mijn wil mobiliseren. Dan wordt het een bewuste stap.
Dan is liefde krachtig, moedig, verruimend en kan zij heel confronterend
zijn. Vooral omdat ze ook ruimte biedt voor al mijn verzet, angst e.d.
De grenzen van wat ik in het dagelijks leven "ik" noem, worden duidelijker.
Maar ook, dat die grenzen nogal arbitrair zijn.
Zo bezien lijken liefde en bewustzijn erg op elkaar en worden misschien
daarom deze woorden in diverse scholen door elkaar gebruikt.
Sinds ik dit beoefen is mijn leven veranderd. Ik wordt er vriendelijker,
toleranter en Bourgondischer van, en mijn omgeving ook, schijnt het. Hoe
dan ook, mijn relatie met Renée is er veel harmonieuzer op geworden
(meestal).
Behalve aandacht voor ontwikkeling van de geest, was er het afgelopen
jaar ook veel aandacht voor de ontwikkeling van de stoffelijke kant: de
molen en zijn omgeving. Daarover meer op de volgende pagina.
In het voorjaar zijn de schuren opgeknapt, de wanden zijn gerepareerd en geschilderd en de daken hersteld. Daarna is Renée druk in de weer geweest om het geheel aan te kleden met borders, klimplanten en plantenbakken. Het uitzicht vanuit de molen op ons "voorplein" is nu oogstrelend.
De overstromingen lijken gelukkig tot het verleden te horen. We hebben
een buis laten leggen waardoor het water dat zich bij het huis verzamelt
afgevoerd wordt. Dit jaar hadden we in januari heel veel sneeuw die in
korte tijd smolt waardoor er weer een grote overstroming in het dal was.
Maar bij de molen hebben we de voeten droog gehouden en wat belangrijker
is, de kelder ook.
Evenals het jaar ervoor mochten we weer regelmatig vrijwilligers
ontvangen. We hebben veel hulp van ze gekregen, waardoor volgens plan het
begin van een ”ruïne” is ontstaan, diverse meubels er weer goed uitzien,
het huishouden op orde bleef en een gigantische stapel brandhoutjes is
ontstaan. Maar het allerleukste vonden we, dat we veel plezier met elkaar
gehad hebben en we veel geleerd hebben. Ik begon zelfs “het 144 keer dezelfde
mantram reciteren” te beoefenen!
Daarnaast dienden zich steeds meer mannen uit de omliggende dorpen
aan om te komen helpen. We zijn er dankbaar op in gegaan. Het bleek
een echte win-win-situatie. Het waren mannen zonder werk, die wat wilden
bijverdienen en het kennelijk leuker vonden bij ons te komen werken dan
de hele dag bier te hijsen in het plaatselijke café (wat een groot
woord is voor het halletje van het enige winkeltje in het dorp).
We hebben daarbij het al dan niet terechte gevoel ook nog wat sociaal werk
te doen. Overigens hebben we van één van de mannen, die we
een voorschot gegeven hadden, nog steeds wat uren tegoed. Het omgaan met
deze mensen is een geweldig oefenterrein om bewust te blijven (of niet)
van wat zich voordoet en te kiezen om vanuit ons dagelijkse ik te reageren
of vanuit heelheid. Daar is een aparte nieuwsbrief mee te vullen. Een mooi
voorbeeld is de volgende ervaring: op een vroege ochtend werden we wakker
van een donderend geraas. Het leek of een geweldige lading sneeuw van het
dak schoof. Maar midden in de zomer was dat nogal onwaarschijnlijk. Toen
we buiten kwamen bleek een grote vrachtwagen ongevraagd een lading keien
afgeleverd te hebben, met een glunderende inwoner van het nabijgelegen
dorp er naast. Die vertelde dat hij de dag ervoor van mij gehoord had dat
ik bij de ingang ooit een pilaar voor een hek wilde laten metselen en dat
hij dat wel even kwam doen. Daarom had ie al vast deze stenen laten komen.
Of we het uithakken ervan en het transport maar gelijk even wilden afrekenen!
In liefde, maar wel indringend, heb ik hem toen duidelijk gemaakt dat dit
niet de bedoeling was.
Het lijkt of onze energie tot nu toe meer op het samen werken aan de voorzieningen gericht is geweest dan op workshops. Dat neemt niet weg dat de workshop "Vier je Leven" met erg veel plezier werd gedaan zowel door de deelnemers als door de gevers ervan, Jitte en Nico, Renée en ik hebben genoten met en van deze groep. We hopen dat we dat dit jaar kunnen herhalen. En we gaan samen met Jitte en Nico een workshop geven.
De gebeurtenissen van 11 september grepen ons erg aan. Het was in eerste
instantie een niet te bevatten ervaring voor ons, iets in een andere wereld.
Langzamerhand begonnen we te beseffen wat er eigenlijk gebeurd was en welke
gevolgen het voor de direct betrokkenen, de wereld en voor ons kon hebben.
Een heel concreet gevolg voor ons was dat onze financiële positie,
die niet zo sterk meer was, verder verzwakte. Onze toekomst werd
leek ineens erg onzeker.
Inmiddels is er weer een beetje rust gekomen en hebben we ons vertrouwen
teruggevonden. We hadden al eerder bedacht om het met de investeringen
wat rustiger aan te doen en ons eens een tijdje op het ontwikkelen van
de tuin te concentreren. Na veel wikken en wegen hebben we toch besloten
dit voorjaar ook een mooie groepsruimte te maken op de eerste verdieping
van de molen, met aangrenzend een nieuwe gastenkamer. En we gaan een droompje
van mij realiseren door een nieuwe schoorsteen te bouwen zodat we een houtkachel
in de recreatieruimte kunnen plaatsen. Het wordt daar dan nog veel gezelliger
dan het al was.
Als we onze plannen voor dit jaar gerealiseerd hebben, hebben we een aantrekkelijke plek voor zowel individuele gasten als groepen in een ongerepte natuur. Als ik dan daarbij ook nog de vegetarische kookkunst van Renée in aanmerking neem, vind ik het een bijna onweerstaanbare plek!
Gerard
In de loop van het voorjaar kwam de eerste fase van de verbouwing klaar.
Renée en ik hebben er veel energie ingestoken om dat mooi en met
duurzame materialen te doen. Dat laatste was niet zo makkelijk omdat "duurzaam"
bouwen in Tsjechië (nog) een onbekend begrip is. Dus aan duurzame
materialen is bijna niet te komen en aan kennis en adviezen op dat gebied
al helemaal niet. Maar we zijn toch een eind gekomen. Wat het mooi betreft:
toen het gebouw dan eindelijk onder de verbouwingspuinhopen vandaan kwam,
zeiden we spontaan tegen elkaar: dit had ik alléén nooit
zo mooi voor elkaar gekregen. Voor mij was dat het moment waarop ik "wist"
dat we het op materieel vlak wel zouden rooien. Onze manier van doen, met
vele en soms heftige discussies kost veel tijd, maar levert ook iets moois
op. Als ik het enthousiasme en de kennis zie, waarmee Renée de tuin
ontwikkelt, al dan niet samen met gasten, vrijwilligers en mij, dan komt
dat ook wel voor elkaar. De ideeën van permacultuur gaan we daar steeds
meer uitproberen en verder is het een kwestie van tijd en helpende gewassen,
dieren en handen.
Op het gebied van de voeding en het huishouden ontwikkelt ons bewust-zijn
zich ook verder. Wij aten al vrij veel vegetarisch en biologisch omdat
we dat lekkerder en gezonder vinden en omdat we grote vraagtekens hebben
bij de onethische manier waarop in de “veelteelt” met dieren wordt omgegaan.
De ziektes die daar nu heersen en de draconische oplossingen die gebruikt
worden versterken dat nog eens. Verder besteden we meer aandacht aan verpakking,
afval, watergebruik, energiegebruik etc. Een typisch voorbeeld:
tot een paar jaar geleden kregen we aardappelen, spijkers, koekjes,
eieren etc geleverd in papieren zakjes. Nu in plastic zakjes.
De hoeveelheid plastic die wij tegenwoordig afvoeren is dramatisch
groter dan een aantal jaren geleden. Sinds Tsjechië meer een westerse
levensstijl is gaan aannemen is er voor ons, en op grotere schaal voor
het land, een afvalprobleem gegroeid.
Het wordt mij steeds duidelijker dat "duurzaam bouwen" en "permacultuur"
prachtige voorbeelden zijn, van bewuster zijn in de praktijk. Maar het
wordt ook duidelijk hoe moeilijk het is om dat te leven. Ik ben zo onwetend,
dat ik vaak niet in de gaten heb dat ik materialen gebruik die ongezond,
via slavenarbeid tot stand gekomen, of over grote afstanden aangevoerd
zijn. En als ik me er al van bewust ben, dan is het soms lastig om aan
verantwoorde materialen te komen, die meestal ook nog duurder en/of bewerkelijker
zijn. Het is telkens weer opnieuw een optimum kiezen tussen aanpassen aan
de wereld waarin ik leef, en bewuster zijn.
Tot nu toe ging het over bewuster zijn op materieel vlak. Hoe ging het
op het terrein van omgang met anderen en met mezelf?
Allereerst werden we verrast door de grote belangstelling van vrijwilligers.
Dat riep de vraag op welke richting we met de molen precies op willen:
groepen ontvangen of woon/werkgemeenschap? In het verlengde daarvan: het
midden vinden tussen zo helder mogelijk ons doel voor ogen hebben en zoveel
mogelijk ruimte laten voor het onverwachte. Verder was het contact met
vrijwilligers en gasten verdiepend en verheffend. In ieder geval intens.
Wat langere tijd samen leven en werken leidt vrij snel tot elkaar echt
ontmoeten, zowel in de fijne als pijnlijke kanten. Het heeft ons veel voldoening
gegeven en we hebben er veel van geleerd. Vooral op het punt van het vinden
van het juiste evenwicht tussen tijd voor mezelf en tijd voor anderen zou
ik nog iets kunnen leren, om het eens zachtjes te zeggen. Voor mij was
het interessant te ervaren hoe het is om leiding te geven vanuit respect
en daarbij gelijkwaardige aandacht te hebben voor wat de ander wil, en
voor wat ik wil. Hoe helderder (bewuster) ik ben, hoe beter dat gaat.
Toen Renée en ik de ervaringen van het afgelopen jaar op een rijtje zetten, heb ik besloten meer te oefenen in bewust zijn. Zo'n bouwproject en zoveel mensen in mijn privé-sfeer zijn sterke magneten die mijn aandacht afleiden van wat ik wezenlijk ben en vandaaruit te handelen. Dus meer meditatie, reflectie, tijd voor mezelf. Verder kwamen we tot de conclusie dat we door willen met het ontwikkelen van de molen, maar we hebben daarbij wel erg veel hooi op onze vork genomen. Het is beter als we dit samen met anderen doen. Het liefst met mensen die het project mee kunnen en willen dragen. Ook hebben we besloten, zolang er nog geen anderen meedoen, de molen wat rustiger te ontwikkelen dan we eerst van plan waren. Voor dit jaar hebben we een vijftal weken op het programma, waar we zelf erg veel plezier in hebben. En de verbouwing gaan we wat kalmer voortzetten om duidelijker te laten worden welke kant het op gaat. Bovendien begonnen de financiële middelen het afgelopen jaar hun beperkingen op te leggen. Om de speelruimte weer te vergroten hebben we de “steunbeer” ontwikkeld, waarover je hierna meer kunt lezen.
De spirit in de vorm zetten, of anders gezegd, dromen waarmaken, blijkt voor ons op dit moment te zijn: veel en prettig dromen, hard werken en opletten dat het genieten blijft.
Gerard
Roos gaf haar workshop voor een select gezelschap, dat heel enthousiast was over het gebodene. Vooral de combinatie van spirituele oefeningen met stevig lichamelijk werk sprak erg aan. Het was werkelijk hemel en aarde verbinden. En de resultaten zien we elke dag, in de vorm van een stenentuin naast de grote trap. En wat voor stenen! Hele grote. Soms waren er drie of vier man (in werkelijkheid meestal vrouw) voor nodig om er één te verslepen.
Voor de verbouwing is deze winter helaas veel minder geld beschikbaar
dan we gehoopt hadden. Geen nieuwe gastenkamers dus nog, alles blijft nog
even romantisch bij het oude. En natuurlijk is er wel volop kampeergelegenheid.
We hadden vorig jaar zelfs gasten die met hun caravan kwamen (en ze kwamen
ook weer weg, knap, als je kijkt naar onze toegangsweg .
In elk geval zijn we de schuren aan het opknappen. Daarna kunnen
we eromheen ook planten zetten, zodat het voorplein er al veel gezelliger
uit gaat zien. Verder is de “ru?ne”, die steeds meer op instorten ging
staan maar het niet deed, een handje geholpen en afgebroken. Het idee is
dat dit één van de klusssen wordt voor deze zomer, om die
op een artistieke en veilige manier weer op te bouwen. Dus, stenensjouwers,
stroop je mouwen maar vast op.
Ja, en dan was er nog het water. Begin februari steeg de temperatuur
heel snel, met als gevolg dat ons kleine riviertje overstroomde. Toen we
erbij kwamen was het water al weer gezakt, maar het was duidelijk dat het
in de kelder - waar we die práchtige toiletten met leemwanden hadden
laten bouwen - zo’n dertig centimeter hoog had gestaan. En ja, leem lost
heel gemakkelijk in water op, dus ... kale muren en veel troep. En eind
maart was het alweer zover, maar deze keer heeft Gerard, die zich ontpopt
als een echte dijkenbouwer,het voor elkaar gekregen om de steiging binnenshuis
op het nippertje te stoppen. Wat we geleerd hebben is dat een dijk niet
alleen water buiten kan houden, maar ook binnen. Eén en ander is
niet leuk, maar ik vind het ook wel spannend om na te denken over de mogelijkheden
én onmogelijkheden die we hier tegen komen. Want, we zijn al gewaarschuwd,
het water kan nog hoger komen.
Renée
PS. Ja, 't is waar, mijn verhaal gaat over werk, werk en werk.
En dat is er ook meer dan genoeg.
Maar zo-even zat ik een tijdje aan het water, alleen maar te kijken,
te luisteren naar de vogels. En ik voelde een diepe vrede. Die zit in mij,
maar de rust en schoonheid van de plek dragen daar zeker aan bij.
En dat is waar het hier eigenlijk om gaat, genieten van deze plek en
als vanzelf weer de stilte ervaren, je verbinding met het grote geheel.
En dat willen we graag delen.
Gerard
Renée
Zoals je misschien al weet zijn wij verliefd geworden op een oude watermolen. Over hoe het hiermee gaat willen we nu in brede kring een nieuwsbrief verspreiden. Sommige dingen zijn dus voor jou misschien oud nieuws...
Die watermolen staat in Tsjechië en is inmiddels ons eigendom. Hij kwam niet uit de lucht vallen. Zolang wij elkaar kennen, zeven jaar inmiddels, hadden we een droom. Namelijk, het creëren van een plek, waar ruimte en aandacht is voor bewustzijn en ecologie, en waar we een brug kunnen slaan tussen Oost- en West-Europa. En zelf wilden we graag wonen temidden van stilte en natuur. De plek hebben we gevonden en nu zijn we begonnen de droom gestalte te geven.
Stel je voor: een klein rivierdal, ongerepte natuur. Voor wie er oor voor heeft is de stilte er soms bijna tastbaar. Alleen vogelgeluiden en de wind. Reeën, vossen, moeflons en wilde zwijnen zijn er talrijk. De begroeiing is ruig, deels onbegaanbaar, en bijzonder. In een bocht van het riviertje ligt het huis: een groot, krachtig hoofdgebouw van ruim een eeuw oud en twee nog oudere schuren. De molenbeek is dichtgegroeid maar het traject nog goed zichtbaar. Dit alles willen we weer in z’n oude glorie herstellen en er een retraite- en bewustzijnscentrum in ontwikkelen.
Bij het herstel van de gebouwen willen we zoveel mogelijk gebruik maken van duurzame en natuurlijke materialen. De afvalwaterzuivering zal bij voorkeur plaatsvinden door een biologische methode, zoals een rietveld. Om aan de energiebehoefte te voldoen denken we aan systemen die vooral gebruik maken van niet-vervuilende en vervangbare energiebronnen, zoals houtpellets, zonne-energie, warmtepomp e.d. Ook onderzoeken we of het haalbaar is de molenbeek weer te laten stromen en via een dynamo onze eigen energie op te wekken. Bij de aanleg van de tuin gaan we uit van de principes van de permacultuur.
Over enige jaren zien wij dan een oord ontstaan, waar groepen van maximaal 25 mensen uit Nederland, Tsjechië, Duitsland, en Oostenrijk zich graag een tijdje afzonderen om zich bezig te houden met bewustzijnsontwikkeling, therapie, kunst en cultuur, contact Oost- en West Europa, milieu en ecologie, beleidsontwikkeling van organisaties e.d. De opzet van het gebouw en de tuin is bedoeld als een voorbeeld-project om belangstelling te stimuleren voor milieu en ecologie. Onze aandacht gaat daarbij vooral naar gastland Tsjechië, waar vooralsnog weinig bewustzijn leeft van de noodzaak én de mogelijkheden tot verandering op dit gebied.
Naast groepen willen we ook graag mensen ontvangen, die “gewoon” vakantie willen houden op een ongewone plek. Of die voor langere tijd behoefte hebben aan rust en/of begeleiding.
De eerste stappen hebben we inmiddels gezet. Vorig jaar heeft de molen een nieuw dak gekregen. Het ontwerp van het huis is gemaakt. Naast een mooie, lichte groepsruimte in het oude molengebouw, eet- en recreatieruimte, komen er in het voormalige woongedeelte 10 (meest 2-persoons) kamers met eigen douche en toilet. Op het ogenblik wordt gewerkt aan het maken van de bouwtekeningen en het verkrijgen van de vergunningen. In de loop van dit jaar hopen we te beginnen met de aanleg van ons appartementje op de molenzolder. Voor volgend jaar staat de bouw van de eerste fase van het centrum op het programma, alsmede de aanleg van het energiesysteem, de watervoorziening en de afvalwaterzuivering. We verwachten, dat we dan in de nazomer al op beperkte schaal en in nog wat primitieve omstandigheden de eerste gasten kunnen ontvangen.
Dit alles betekent, dat wij ons huis in Zichov, waar wij zo’n 5 jaar heerlijk gewoond hebben, gaan verkopen. Als je geïnteresseerd bent, of anderen kent die geïnteresseerd zijn, laat het ons weten.
Het klinkt allemaal nogal ambitieus, en dat is het ook. In het jaar dat de molen nu in ons leven is, is er in en met ons het nodige gebeurd. We hebben beiden een periode van twijfel en onzekerheid gehad. Ons afgevraagd of we dit wel werkelijk willen en kunnen. Maar de laatste maanden wordt het steeds helderder: Ja, we gaan dit doen. Onze droom gaat in vervulling, nu willen wij de volgende stappen zetten. Momenteel werken we er alle twee met veel plezier aan, we worden er heel levendig van en krijgen steeds meer energie. Maar we willen en kunnen niet alles alleen doen, zowel praktische als financiële hulp is zeer welkom.
Als je zin hebt je handen (bij voorkeur 2 rechter) eens lekker uit de mouwen te steken, ben je nu al welkom. Voor dit jaar staan vooral puinruimen, ruig tuinwerk en het restaureren van oude meubelen op het programma. Je moet wel rekenen op primitieve verblijfsomstandigheden. Om je een beetje een indruk te geven waar het allemaal over gaat, sturen we een foto mee.
De manier waarop financiële hulp gestalte kan krijgen, zijn we nog aan het uitwerken. Daarover berichten we in een volgende nieuwsbrief.
En wil je gewoon eens komen kijken: dit jaar zijn er nog volop logeermogelijkheden
in Zichov, zij het volgens een andere formule dan gebruikelijk.
Het staat allemaal beschreven in bijgaande folder.
Tot ziens, al dan niet in de molen, en een hartelijke groet van
Renée en Gerard