centrum voor bewuster zijn

NIEUWSBRIEVEN

2005

Al-één

Vorig jaar was hier een kamp van de Dances of Universal Peace waar Renée en ik ook aan mee hebben gedaan.Van te voren was ik wat sceptisch over hoe dat voor mij zou zijn, dat “gedoe” met die in mijn ogen nogal ijle en verheven dansbewegingen.
De werkelijkheid was anders. Binnen de kortste keren was mijn afwachtende houding verdwenen en zag ik mezelf vol overgave meedoen. Ik genoot volop, voelde me open, stromend, vrij en raakbaar. En de wereld om me heen veranderde mee. Hoewel ik sommige deelnemers aardiger vond dan andere, waren er in mijn ogen alleen maar aardige mensen in het kamp en voor zover ik kon waarnemen genoot iedereen. De coördinatie van de activiteiten verliep probleemloos, men paste zich soepel in het programma, ook als dat soms wat anders liep dan eerder aangekondigd. Zelfs de “buitenwereld” zag er vriendelijker uit dan anders. Tijdens de dansweek deed ik boodschappen in een stadje in de buurt en het zag er stralender uit dan gewoonlijk. Zelfs het meisje aan de kassa van de winkel, waar ze normaal behoorlijk chagrijnig doen, was heel lief. En dat allemaal zonder dat ik er ingewikkelde oefeningen voor had gedaan. Nou ja ...iedere ochtend vanaf half acht een uurtje mediteren, wat danspasjes leren en doen, ´s middags vierstemmig zingen én dergelijke ..... maar ja, dat zijn bezigheden die voor mij niet in de categorie ingewikkelde oefeningen vallen. Bovendien leek dat allemaal van-zelf te gaan. Het opmerkelijkst vond ik dat ik me tegelijkertijd heel onafhankelijk en heel verbonden voelde met de mensen om me heen. Dat is een thema waar ik al lang mee bezig ben. Ofwel ik ben zelfstandig, los van de rest met het bijbehorende gevoel dat ik me wat afstandelijk en eenzaam voel, of ik ben deel van de groep met het fijne gevoel “er bij te horen”, maar dan moet ik eigenheid en zelfstandigheid inleveren en voel ik me op den duur gevangen. Met alle gevolgen van dien! Ik heb dit heel lang als een onoplosbaar dilemma gezien, als een schommel waarop ik of in het ene uiterste of in het andere zit. Ik denk dat het een algemeen menselijke ervaring is, die samenhangt met ons geloof in een onafhankelijk ik, dat los van de omgeving bestaat. Langzamerhand ben ik gaan inzien dat die zelfstandigheid een fictie is. Als baby was ik volledig afhankelijk en als volwassene ben ik dat ook.
Zonder mijn omgeving overleef ik domweg niet.
Maar, die afhankelijkheid en verbondenheid zijn nog fundamenteler. Er is geen ik zonder de ander en geen ander zonder ik, net zoals er geen opa is zonder kleinzoon en andersom. Die twee “tegen”delen ontstaan tezamen in ons denken, die horen bij elkaar en die zijn altijd met elkaar in relatie, of ik het nou leuk vind of niet. Denken functioneert kennelijk zo. Er kan alleen maar iets in ons bewustzijn verschijnen tegen een achtergrond, als verschil met iets anders. In die zin is ook alles relatief en in relatie. Als ik dat vergeet, of ontken, ontstaan er moeilijkheden. Ik heb dan een onjuist beeld van de werkelijkheid en als ik op grond van dat verkeerde beeld ga handelen (wat ik regelmatig doe) gaat het natuurlijk fout (wat dan ook regelmatig gebeurt).
Nou weet ik dat al jaren. Dat besef heeft me geholpen om op een relativerender manier in het leven te staan. Maar het lijkt of het op een dieper niveau niet was doorgedrongen. Als bijvoorbeeld een situatie bedreigend leek, dan kon ik heel makkelijk vergeten dat mijn neiging om te gaan vechten zoiets is als met mijn schaduw te willen gaan vechten.
Bij het danskamp gebeurde er op dit punt iets anders. De gewaarwordingen die ik in het begin van mijn verhaaltje beschrijf, wijzen er voor mij op dat ik toen in een opener bewustzijnstaat was. Die staat is ruimer dan het denken. Er is wel onderscheiding, maar het verband tussen de onderscheiden vormen
blijft bestaan. Er zijn wel mensen en dieren en dingen en er is ook een ik. Maar wat normaal buiten mij is, is allemaal dichterbij. Meer ín mij lijkt het, terwijl mijn bewustzijn los lijkt van die ik waar het normaal mee samenvalt. De tweedeling waar ik al zo lang mee worstel, eigenheid en overgave, is er
dan ook niet meer. Er was een diep besef van authenticiteit en verbondenheid zonder dat die met elkaar in conflict waren. Sterker, die hoorden bij elkaar.
Sindsdien dans ik zo nu en dan .......

Gerard
 
 

En een paar losse eindjes 

Hulde aan de werkmannen: dit stukje schrijf ik op 10 maart. Buiten ligt een sneeuwdek waar ik tot aan m’n kuiten in wegzak. Overdag vriest het een paar graden, de laatste nachten meer dan 20. In de onverwarmde gedeelten van de molen vriest het inmiddels ook. En toch blijven ze trouw komen, de metselaars, de timmermannen, de gas-water-en lichtmannen, de verwarmingsman. En iedere dag laten ze onze droom weer een beetje verder waar worden. Ik heb er diep respect voor en ben ze heel dankbaar. Wij bedenken, zij dóén, en onder moeilijke omstandigheden.
Op een dag zag ik ze  bezig met behulp van een vuurtje en een houweel echt steenhard bevroren zand uit een zandhoop te halen, zodat het naar binnen gebracht kon worden om verder opgewarmd en verwerkt te worden. Ze zijn onze steun en toeverlaat geworden.
Zij op hun beurt zullen misschien wel eens een diepe zucht slaken, als we voor de zoveelste keer onze plannen komen bijstellen. Het is onvoorstelbaar hoeveel beslissingen er genomen moeten worden bij zo’n uitgebreide verbouwing, over materialen, stijlen, kleuren, plaatsing van stopcontacten en
keukenkastjes en nog heel veel andere zaken, oud behouden of nieuw maken. We proberen alle werkers steeds een paar stappen voor te blijven maar dat lukt niet altijd. Dan rennen we hijgend van de ene beslissing naar de andere ...... om zo nu en dan de volgende ochtend wakker te worden met de
gedachte: nee, toch maar niet, het moet anders. Misschien zuchten ze ooit, maar ze blijven even vriendelijk en welgemoed en doen het gewoon weer anders. Kortom, ik neem m’n hoed voor ze af, met een diepe buiging.

Stel je voor: aan de voet van de molen wat tafels, rijk beladen met eten, daar omheen overal in het gras verspreid mensen, kinderen, een enkel hondje, allemaal een bord op schoot (behalve het hondje dan).  Dat was hoe we aten in het zomerdanskamp. Nadat we om te beginnen een kring hadden gevormd om de tafels en iets hadden gezongen, een mantra, een vrolijke zegenbede, een danklied voor God en de kok.
Stel je voor: een grote tent, op een stil plekje vlakbij de beek, de bodem belegd met tapijtjes, de zijkanten deels opgerold zodat we recht in het groen keken.  We zitten, reciteren en zingen mantra’s, daarbij vaak ook het lichaam bewegend, doen een ademoefening.  Dat was hoe we mediteerden.
Stel je voor: een grasveld onder een grote wilg, waar in een grote kring mensen (en soms kinderen) een mantra of andere heilige tekst zingen, en daarop eenvoudige passen maken. Soms maken ze (oog)contact met anderen, vaak houden ze handen vast. Soms raken ze ontroerd, of blij, of voelen ineens
even verbondenheid, met de anderen, de wereld om hen heen, met God. Dat was hoe we dansten.
Ik kan er nog veel meer over vertellen, want ik had het voorrecht om deze keer deel te mogen nemen aan het festijn, en het heeft me diep geraakt. Maar eigenlijk kan ik jullie beter uitnodigen om ook te komen, dit jaar, en het zelf mee te maken.
 
Renée
 
PS inmiddels is de sneeuw weg en staan de sneeuwklokjes in bloei. En hebben we al weer een maaltje veldsla uit de tuin gegeten.
 

2004

Héél goed…


Kort geleden ontvingen Renée en ik een bericht van een goeie vriendin met de inhoud: “het gaat ons goed, heel goed”. Die mededeling heeft me sindsdien niet meer losgelaten. “Het gaat me goed” hoor ik niet zo vaak. Van mijn naaste omgeving niet en als ik de krant lees of naar de televisie kijk, nog minder. Het klinkt me bijna ongeloofwaardig en gênant in de oren. Hoe kan het iemand goed gaan in deze tijd van terrorisme, honger,
draaideurcriminelen, toenemende armoede, neergestoken en geschoten leerkrachten, 50.000 doden en 100.000 gewonden in Iran enz enz?
Langzamerhand begon het tot me door te dringen dat ik zelf nogal wat slagen om de arm hou als (ik vind dat) het  me goed gaat. Eén stem in mij begint onmiddellijk op alle ellende in de wereld te wijzen en probeert mij daarmee het recht op “goed gaan” te ontzeggen. Sterker nog: probeert me een beetje schuldig te laten voelen. Een ander wijst erop, dat alles wat omhoog gaat, ook weer omlaag gaat. Als het nu goed gaat, betekent dat, dat ik nu op de
top ben en dat dat tevens het begin van de neergang is. Met andere woorden: schenk er niet teveel aandacht aan, anders is de teleurstelling straks extra groot. Ook een goede bekende van me is degene die me eraan herinnert dat het altijd beter kan. Kijk maar om je heen, zegt ie. Er zijn mensen die meer bewust zijn, minder last van hun geschiedenis hebben, meer geld hebben, mooier huis hebben enz. Voor het deel van mij, dat hier aan het woord is,
is de ervaring van “het goed hebben” zelfs gevaarlijk. Hij is bang dat dan de energie om te streven naar meer, verder en beter verdwijnt. Dat is de dood in de pot; sterker nog, daarmee loop je het risico de waardering van de wereld te verliezen. En hoewel ik opgegroeid ben in de sfeer van Roomsche Blijheid, heeft de Calvinistische invloed toch ook zijn werk gedaan. Begrippen als “in het zweet des aanschijns” verbonden met “brood verdienen” en
“ledigheid” met “des duivels oor” spelen vermoedelijk in mijn psyche ergens ook nog wel een sturende rol. Kortom, is er de beleving van “het gaat goed”, dan beginnen allerlei krachten de poten daaronder vandaan te zagen.
Echter, ik kan er niet omheen dat ik het ontzettend goed heb. Gezond, samenwonend met “mijn” fantastische vrouw op de mooiste plek van de wereld,  kinderen en kleinkind die lekker gaan, financieel onafhankelijk, een molen die steeds beter gaat draaien en inmiddels wat besef van dat er meer is tussen hemel en aarde dan ik ooit voor mogelijk hield. Ik denk dat weinig mensen in zo´n  bevoorrechte positie zitten. Ik voel gêne opkomen als ik dit
zo open en bloot schrijf. Maar voor mij is het wel zo.
Inmiddels erken ik dat, overigens zonder de “potenzagers” in de doofpot te stoppen. Ze hebben natuurlijk niet helemaal ongelijk. Er is (ook) grote ellende in de wereld, het leven gaat op en neer, het kan altijd beter, iedere dag niksen word ik niet vrolijk van. Maar omdat die stemmen nogal onbewust waren, konden ze lekker hun gang gaan en ongemerkt mijn zicht op mijn zegeningen vergrauwen en me aanzetten tot het streven naar meer en
beter, zonder dat daar een inherent genieten mee verbonden was. Bovendien wortelen ze in een diepere laag die met overlevingsangst te maken heeft en die een onnodige lading aan ze geeft.
Het wonderlijke is, dat het bezig zijn met dit onderwerp me ook in contact brengt met een sfeer die als intrinsiek “goed” aandoet. Achter de op- en neergaande wereld van goed en slecht, lijkt “iets” te zijn dat inherent goed is, zonder het tegendeel slecht. Daar heeft alles z´n eigenwaarde,  niet als nut voor iets of iemand, maar in zichzelf, alles is op z´n plek, probleemloos, gemakkelijk, eenvoudig. Daar worden geen afwegingen positief-negatief
gemaakt, daar is alles zoals het is, stralend lijkt het wel.
Wat heeft dat nu allemaal met de nieuwsbrief over de molen te maken? Ik weet het niet goed. Dit is wat zich voordoet als ik naar buiten kijk en het besneeuwde dal zie van de rivier de Uhlavka waar de molen aan ligt, de begroeide hellingen, de rotsen, de stilte hoor, de rust, ruimte en vrijheid voel die deze plek lijkt uit te stralen. Het is een verlangen anderen mee te laten delen en een uitnodiging dit hier ook te komen ervaren. Tegelijkertijd weet ik
heel goed dat het in wezen niet met een plek te maken heeft. De sfeer die ik bedoel is altijd in/met iedereen. We hebben het alleen meestal te druk met andere dingen waardoor we afgeleid zijn. Mij helpt zo´n plek als deze om weer in contact te zijn.  Misschien jou ook. Je bent van harte welkom het uit te proberen.

 Gerard

….gaat ie


En??? Co noveho? wat’s nieuw??? Dat is een vraag die Tsjechen ons vaak stellen. Daarop antwoorden wij dan soms, dat onze kippen vandaag alweer een nieuw ei hebben gelegd. Met andere woorden, er is niet zoveel groot nieuws hier, maar we zijn ons er zeer van bewust, dat ieder moment nieuw is, iedere sneeuwvlok op z’n eigen wijze fonkelt, ieder knopje dat straks uitbot weer uniek en mooi is.
Een kleine terugblik: in het vroege voorjaar hebben we de grote keuken een opknapbeurt gegeven. Die is een stuk ruimer, lichter en praktischer geworden. Ik ben daar erg blij mee. Bovendien kwam het goed van pas, want het aantal gasten was afgelopen jaar weer een stuk hoger dan het jaar ervoor. Dat werd onder andere veroorzaakt doordat onze minicamping begon te lopen. In mei werden we verrast met het verschijnen van een grij(n)zende heer op onze binnenplaats. Hij was duidelijk Nederlander en bleek van het naburige dorpje Tunechody te zijn komen wandelen. Hij had daar vrouw, auto en caravan achtergelaten om te verkennen of onze molen bereikbaar was. Voor wie de situatie hier niet kent: vanuit Tunechody leidt een hobbel-, stenen- en gatenpad steil naar beneden het dal in naar de molen. Voor auto met caravan onbegaanbaar. Om van daar bij ons te komen, moet je zowat 20 km omrijden over de dichtstbijzijnde brug over de Uhlavka. Zij waren de pioniers van veel meer kampeerders die daarna kwamen. De meesten ook na een vermoeiende zoektocht. Wie ons vond, onthaalden we met een koele dronk en werd weer op pad gestuurd met een beschrijving van de juiste aanrijroute. Gelukkig ging het later in de zomer allemaal wat makkelijker. Toen verstrekte de campingorganisatie het juiste
telefoonnummer van ons zodat wij een goeie routebeschrijving konden geven.
Behalve de kampeerders hadden ook de pensiongasten het naar hun zin.  En wij hebben genoten van de soms intensieve contacten, al dan niet bij het kampvuur, of gewoon op het bankje bij de rivier. Overigens waren er ook, die helemaal hun eigen gang gingen en die we nauwelijks gesproken hebben. Het is leuk te merken, hoe gemakkelijk gasten met heel verschillende achtergrond, met elkaar omgaan.
Verder waren er natuurlijk de workshops, sommige voor Tsjechen. Bansi en Yashodara Citroen, de bekende mantrazangers, gaven een stemretraite, die met groot enthousiasme ontvangen werd. Ook het concert dat zij met hun groep, Vrindavan, in Plzen gaven, tijdens een “nieuwetijds” festival, was met zo’n 300 bezoekers een zinderend feest. We gaan dat dit jaar trouwens herhalen, voorafgaand aan de stemretraite voor Nederlanders.  Ook onze trouwe vrienden Jitte en Nico kwamen weer met hun workshop “Vier het Leven”.  Evenals in voorgaande jaren vlogen de spetters er af. We hopen dat dat dit jaar ook weer gaat gebeuren.
Natuurlijk hebben wijzelf ook wel eens behoefte om wat inspiratie op te doen. Zo kwam het dat ik in het voorjaar hier, in Tsjechië een workshop volgde. Daarin werden mantra’s (ik ben nog steeds begeesterd door mantra’s) niet alleen gezongen, we dansten op die melodieën ook prachtige kringdansen. De begeleiding was in de vaardige handen van Ariënne en Wim van der Zwan. Na afloop was ik zo enthousiast dat... je raadt het al: ook zij komen deze zomer naar de molen. Niet voor een gewone workshop, maar om een zomerkamp te begeleiden, met leraren én deelnemers uit vele landen. Het belooft heel bijzonder te worden.
De precieze data van de “evenementen” van dit jaar vind je in de folder. Is ie niet mooi geworden trouwens? Wijzelf vinden van wel. Mocht je zin hebben er een paar uit te delen in je omgeving, laat ons dat dan even weten, bij voorkeur via e-mail, dan sturen we je er meer.
Ja, wij zitten nu al voor de tweede winter permanent in de molen. En dat gaat heel goed. Met Oud en Nieuw hadden we een weekje gasten (een erg leuke week was dat trouwens), verder is het hier stil. We wandelen, mediteren, lezen veel, soms een spelletje. Gerard probeert zich het Tsjechisch eigen te maken en de helikonka onder de knie te krijgen. Ik verdiep me in m’n stamboom, waarvoor ik dankzij internet van hier uit veel onderzoek kan doen.
Verder zijn we begonnen  met de voorbereidingen om er weer een mooie zomer van te maken. Eerstdaags ga ik de zaden al tevoorschijn halen en in bakjes wat voorzaaien. Hoewel dat een beetje raar aandoet. De wilg en de hazelaar hebben weliswaar al weer katjes, maar het sneeuwt behoorlijk op het ogenblik. Er ligt zo’n 20 cm en de vorst zit diep in de grond. De tuin zal dus nog wel een poosje bevroren blijven. Geeft niks, wij genieten er van én kijken uit naar het voorjaar, de zomer en jullie.

Renée

 
 

2003

Golvende zee....


Vanmorgen maakte ik een wandeling langs “onze” rivier. Heerlijk weer, het begon zelfs al een beetje warm te worden, nog
veel sneeuw in het dal, maar hier en daar komt het gras al te voorschijn. Rust en vredigheid. Ik ga op een omgevallen
boom zitten en kijk over het beijste moeras, de zon pal voor me. Een stralende felheid komt me tegemoet. En dan opeens
is het of ik verdwijn, terwijl het tegelijkertijd heel helder wordt. Alles wordt veel scherper waargenomen. Er blijkt een
ongekende flonkering in de sneeuw met vele nuances, alles knispert en fluistert om me heen, het voelt aan als éénzijn, er
is geen ik-centrum meer, er is alleen waarnemen. Er is een diep gevoel van leegte en stilte met daarin alles wat er is aan
beelden, geluiden, gevoelens etc. Langzamerhand verdwijnt de ervaring  weer en ik wandel de ijs- en sneeuwvlakte op.
Soms zak ik tot aan mijn knieën in de sneeuw en een diep gevoel van tevredenheid overvalt me.

Als ik terugloop besef ik dat ik dit soort ervaringen wel vaker heb als ik in de natuur ben. Kennelijk is natuur de omgeving
waar zich dat makkelijk voordoet. Misschien herinnert het daar aan een natuurlijke staat. Het is een omgeving waar nog
relatief weinig is ingegrepen door de mens, waar mijn denken dus niet zoveel wordt aangesproken. Integendeel! Volgens
mijn denknormen is het er een rotzooi, afgebroken takken, rottende bladeren, her en der drollen, geen lijn loopt recht. En
toch voelt iets anders dan mijn ratio zich erdoor aangetrokken en heb ik er soms van die hierboven beschreven
ervaringen.
Alleen-zijn speelt ook mee. Mijn denken heeft op zich genomen mij te beschermen, ook daar waar het, nu ik groot ben, niet
meer nodig is.  Maar het is zijn rol als instandhouder van mijn vorm wat al te serieus gaan opvatten. Die voornamelijk
onbewuste beschermingsstrategie is vooral ontstaan in relatie met anderen. Dus als er geen anderen zijn kan de
verdediging op een laag pitje, kan er ontkramping optreden en is er meer kans voor de natuurlijke staat om zich te
ontvouwen.

Het opmerkelijke is dat ik vorig jaar in deze tijd ook nogal wat openende ervaringen had. Het daverde van de inzichten. Ik
begon te geloven dat ik me Zijn weer herinnerde. Ik durfde het aan om daarover workshops te gaan geven en ik gaf
meditatiecursussen voor Tsjechen. Totdat duidelijk werd dat er bijna geen belangstelling was voor mijn workshops. Al
dan niet in samenhang daarmee, raakte ik in de loop van het jaar steeds meer met mezelf en anderen in de knoop. Aan het
eind van het seizoen was ik doodmoe. Het leek of ik ronddoolde in een kale en dorre woestijn en heel ver van Zijn was
afgedreven. Ik was dolblij dat niemand zich meldde voor mijn workshops. Ik had niet geweten wat ik er zou moeten doen.
In die periode las ik het boek: “Na het feest komt de afwas”. Daarin beschrijft Jack Kornfield de vaak diepe (emotionele)
dalen die mensen doormaken nadat ze bewustzijnsverruimende ervaringen of periodes hebben gehad. Ik herkende
mezelf daar erg in. Ik was tot over m’n oren met de afwas bezig!
Na de mooie ervaringen aan het begin van het jaar, was ik min of meer gaan geloven dat ik verlicht was, nog niet
helemaal, maar toch... en in mijn ideaalplaatje daarover paste niet dat zich nog veel vervelende gevoelens zouden
voordoen. Laat staan, dat ik me daar nog mee bezig zou hoeven houden. Maar ja, kennelijk is het zo dat die gevoelens zich
dan met mij, al dan niet verlicht, gaan bezig houden.
Eigenlijk streef ik al jaren naar die verrukkelijke, stromende staat. Ik heb daarom vele workshops en opleidingen gedaan
en stapels boeken gelezen. Het had ook wel effect. Ik kreeg meer zicht op mijn aannames en overtuigingen, ik ging meer
voelen en begrijpen waar dat vandaan kwam en ik kon het één en ander loslaten. Het vervelende was echter dat ik
regelmatig te horen en te lezen kreeg dat ik nooit die zo vurig gewenste verrukkelijke staat zou bereiken. En dat was ook
zo. Het overviel me zo nu en dan wel eens, maar dat leek meer ondanks dan dankzij mijn streven. Op den duur begon ik in
te zien dat de strever naar de verrukkelijke staat streeft, omdat ie in wezen bang is. Dus zolang de strever er is, is er
angst, wat ie ook doet om daar vanaf te komen. De schrik en teleurstelling worden dan ook steeds groter als er weer
moet worden afgewassen.

Langzaam maar zeker begin ik toe te laten: na het feest komt de afwas. Zo zit dit leven in elkaar. Maar langzaam maar zeker
begint ook de waarheid tot me door te dringen dat die leuke toppen en vervelende dalen zich voordoen in “iets” dat er
altijd is. “Iets” wat niet aangedaan wordt door welke golf dan ook, vergelijkbaar met de zee waarin de golf verschijnt. Je
zou dat “iets” wetendheid, kennendheid of bewustzijn kunnen noemen en het heeft voor mij kenmerken als basale rust,
mildheid en openheid. Het lijkt erop, dat hoe meer ik mijn aandacht richt op dat “iets”, hoe eenvoudiger mijn leven er
uitziet. Er ontstaat een soort losheid, gemak, soepelheid. Voor zover ik het nu zie, heeft dat vooral te maken met het
minder dwingend worden van mijn streven naar wat ik leuk vind en verzet tegen wat ik niet leuk vind.  Ik merk wél
duidelijker wat ik leuk en niet leuk vind, maar ik hoef er niet zoveel meer mee. Ook is er meer ruimte voor andere
meningen dan de mijne. Leven lijkt niet meer zo eng. Kortom het is nog leuk ook! Maar als ik ga proberen dat te bereiken
of vast te houden, glipt het uit m´n vingers. Ik kan er niets aan doen. Het onstaat vanZelf. Dat helemaal gewoon beleven is
Het.

Gerard
 
 

...en stromend water


Het was een (soms over)stromend jaar, dat we achter de rug hebben. Letterlijk hadden we toch weer
twee keer de kelder blank staan. Dachten we vorig jaar het water te slim af te zijn, nu moesten we
erkennen dat de zaak toch anders lag. Bij de grote overstroming die vorig jaar oktober delen van Praag en
Dresden onder water zette hadden wij 30 cm water in de kelder, en begin januari (in de rest van Tsjechië
niets aan de hand), vestigden wij ons voorlopig record op een halve meter. Weinig schade, wel veel
schoon te maken naderhand.
Verder was er de afgelopen zomer ook een regelmatige stroom van gasten. Vooral vakantievierders
wisten de weg naar ons te vinden, soms met eigen caravan of vouwwagen, soms voor een verblijf in de
molen zelf. Voor velen van hen én voor ons zelf bleek het prettig de dag te beginnen met een uur, gewijd
aan lichaamswerk, mantrazingen en meditatie.
Ook steeds meer Tsjechen vonden de weg naar ons. Op 1 juni openden we onze nieuwe zaal met een
open dag voor onze
Tsjechische vrienden, die erg genoten van de sfeer hier. Er kwam zelfs een aantal nieuwe
belangstellenden opdagen. Wij zijn daar erg blij mee, omdat we vanaf het begin het idee hadden dat we
ook graag voor onze nieuwe landgenoten iets wilden betekenen. Naderhand hebben we nog diverse
ééndaagse workshops voor hen georganiseerd en een tuinwerkdag. Die workshops werden trouwens
voor een flink deel verzorgd door Nederlandse workshopgevers en gasten. Het waren voor ons allemaal
mooie en soms ontroerende ervaringen.

Soms stolt de stroom. Dan wordt ons riviertje een ijswereld of is er opeens geen geld meer om onze
plannen verder te verwezenlijken.  Die  ijswereld was prachtig trouwens, iedere dag anders, altijd mooi en
boeiend. Ik heb er heel veel foto’s van gemaakt en hoop er daar een aantal van te exposeren in de molen.
En de geldstroom die ons tot nu toe voedde is ook gestopt, waardoor de reeks van jaarlijkse
verbouwingen tot stilstand  is gekomen. In het afgelopen jaar kwam er een nieuwe zaal met daarnaast
een ruime gastenkamer, de recreatieruimte beneden kreeg een houtkachel waarvoor een hele nieuwe
schoorsteen gebouwd werd en omdat de steigers er toch eenmaal stonden is ook vast de kopse gevel
vernieuwd. Die laat ons stralend zien hoe ooit het hele huis zal worden. Voor dit jaar stond een
reconstructie van de keuken en de ruimtes eromheen op het programma. Maar zonder geld gaat dat niet.
Gelukkig kregen we een Steunbeer, zodat we toch iets kunnen doen. We doen dat nu zelf en geven de
keuken een wat kleinere (maar voor ons heel stevige) opknapbeurt. ’t Word prachtig! En het blijkt ook heel
fijn te zijn om zo met z’n tweetjes de handen uit de mouwen te steken. Gerard timmert en tegelt, ik
schilder en naai en langzaam maar zeker ontstaat er iets moois. Wij vinden het allebei fijn, merken we,
om nu eens niet te regelen en inspecteren, maar om lekker zelf, heel aards, bezig te zijn. Dat geeft een
heel tevreden gevoel. En zo ontdekken we weer eens dat ieder nadeel z’n voordeel heeft, stroming of
stolling, het hoort bij het leven en als je daar bij blijft komt er altijd weer iets goeds uit.

Ja, en wij hebben dus voor het eerst hier overwinterd. We kregen gelijk een prachtige winter. Bijna twee
maanden sneeuw (skieën dus), soms strenge vorst, op sommige dagen ijzel, meestal net als we
dringend weg moesten. Wie onze toegangsweg kent, zal begrijpen dat dat niet altijd eenvoudig was. We
kunnen inmiddels wel heel goed sneeuwkettingen omleggen (en vooral afdoen!.) We zijn dus nog meer
dan andere jaren op onszelf en elkaar aangewezen. En hebben het goed met elkaar. We genieten van
lange wandelingen en de stilte en rust hier. En werk natuurlijk, er is altijd werk. Maar we zijn ons er goed
van bewust hoe heerlijk het is om dat te mogen doen in zo’n omgeving, in ons eigen tempo en voor ons
eigen plezier.
Een gewaardeerde hulp bij dat werk is Franta, die zich steeds meer ontwikkelt tot onze “majordomus”.
Franta is een jonge, dove man uit het naburige dorp die, al in ons eerste jaar hier, besloot dat hij bij ons
wilde werken. In het begin ging dat niet zo goed, maar langzamerhand krijgt hij steeds meer in de vingers.
Afwassen, schoonmaken, hooien, de keuken witten, het kippenhok verzorgen.... hij doet het allemaal
graag.

Ons huishouden is verder uitgebreid met een toom kippen en een grote witte haan.  Ook nieuw is Plurk,
onze derde, eveneens witte kater.  Hij kwam als een broodmager vondelingetje maar is inmiddels al bijna
net zo groot als Joris. Groot dus. En héél energiek. Gaat graag – luid mauwend - mee op onze
wandelingen en verbouwt samen met Kleine het hele huis. We zijn blij met ‘em.

Renée
 
 

2002

Geest en ….

Er is het afgelopen jaar weer veel interessants gebeurd. Om te beginnen, de vrijwilligers die ons kwamen helpen, brachten op spiritueel gebied heel wat waardevolle bagage mee. Door de intensieve contacten die we hadden besefte ik dat er meer wegen naar Rome leiden dan alleen de weg van de School voor Zijnsoriëntatie. De School waar ik me zo bij betrokken heb gevoeld, ook nadat ik twee jaar geleden mijn opleiding  had beëindigd. Ik ontdekte dat ik weer eens een veilig, beschermend bedje had gemaakt, nu van de School en de heldere visie van zijn inspirator Hans Knibbe.
Hierdoor kwam een proces van loslaten op gang en van meer op eigen spirituele benen gaan staan. Er kwam energie om dat wat ik tot nu toe ontdekt heb met anderen te delen. Zo ontstond er, zonder daar iets bijzonders voor te doen, een paar maanden geleden met Tsjechische vrienden een meditatiegroepje waar ik min of meer vanzelf in de begeleidersrol raakte. Ik maak daarbij dankbaar gebruik van de inzichten die ik tijdens mijn opleiding heb opgedaan, maar ook van daarvoor en daarna. Het voelt meer eigen, niet meer zo aangeleerd. Bovendien wilde (durfde?) ik "mijn" weten tot voor kort alleen impliciet en informeel delen tijdens het werk in het huis of de tuin, of bij een goed gesprek, zo mogelijk onder het genot van geestverruimende spiritualiën. Nu heb ik zin om dat ook via meer gestructureerde vormen als workshops te doen. Dit jaar ga ik dan ook zelf een workshop geven en samen met anderen een tweede.

Daarin wil ik thema's naar voren laten komen waar ik op dit moment mee bezig ben. Bijvoorbeeld, dat ik zo langzamerhand begin toe te geven dat het eigenlijk eenvoudig is in contact te zijn met meZelf, Zijn, Heelheid, Al, Ongrond, Essentie, of hoe je het onnoembare ook wilt noemen. Het is echt alleen maar een kwestie van een ander standpunt innemen, of beter: van geen standpunt innemen. Wat zich dan aan mij voordoet heb ik geen juiste woorden voor. Voorlopig benoem ik het maar als stilte en leegte, en als een sfeer van lichtheid, gemak, plezier, betrokkenheid, eenvoud, helderheid. En vervolgens uitkijken dat ik niet ga proberen dat vast te houden!
Tegelijk ervaar ik, dat iets in mij me er nogal krachtig vanaf probeert te houden. Het is namelijk heel beangstigend. Het betekent: alles, inclusief mezelf, loslaten. En dat lijkt levensgevaarlijk voor mijn dagelijks bewustzijn. In zekere zin is dat natuurlijk ook zo. Mijn dagelijkse ik raakt de controle kwijt, en denkt letterlijk "vreselijk" kwetsbaar te worden. Het vergt zo nu en dan heel wat aandacht om me niet te laten meeslepen door die angst.
Daarbij komt, dat ik nogal wat overtuigingen koester die het extra moeilijk maken. Ik heb uitdrukkingen als: bewustzijnspad, lange en smalle weg, het is hard werken e.d. goed tussen m'n oren geknoopt. Dat er zoveel scholen, opleidingen, leraren en meesters zijn, sterkt mijn aanname dat bewust worden een moeizame en langdurige zaak is. Bovendien ben ik er al heel wat jaren mee bezig! Mijn ego heeft dus een prachtige verdediging opgebouwd tegen helemaal loslaten. Een beetje loslaten, zo nu en dan eens een glimp, o.k., maar (onbewust) blijft: het is een lange en moeizame weg. Ik vind het interessant te merken, dat sinds ik me van deze overtuigingen bewust word, ik meer in contact kan zijn met heelheid, hoe verkrampt ik soms ook ben.
Een ander facet waar ik graag aandacht aan wil schenken is: liefde. Heel lang een woord waar ik argwaan bij voelde. Naar mijn idee wordt het woord liefde vaak oneigenlijk gebruikt. De laatste tijd ervaar ik van binnenuit dat liefde voor mij betekent: de capaciteit met alles en iedereen samen te zijn in "mijn" geestelijke ruimte. Het betekent de bereidheid om alles wat "anders" is, alles wat ik afwijs, ook in mezelf op te nemen, me eigen te laten zijn. Op deze manier is liefde heiligend, heel makend. Zij verbindt door het afgewezene op te nemen in het eigene. Deze liefde is ook onthechtend. Je moet je van je bestaande vorm losmaken om het buitengeslotene te kunnen toelaten. Zij doet je ook je keuzes relativeren. Bij iedere keuze besef je dat je dat wat je niet kiest laat liggen, maar je sluit het niet meer buiten. Je identificeert je met niets meer, of anders gezegd, met alles.
Je kunt je in deze liefde oefenen, heb ik gemerkt. Voor dat wat me aanstaat, bij mij past, is er vanzelf liefde. Hoewel je kunt oefenen er meer van bewust te zijn.  Maar om "het andere" in m'n  hart te sluiten moet ik vaak mijn wil mobiliseren. Dan wordt het een bewuste stap. Dan is liefde krachtig, moedig, verruimend en kan zij heel confronterend zijn. Vooral omdat ze ook ruimte biedt voor al mijn verzet, angst e.d. De grenzen van wat ik in het dagelijks leven "ik" noem, worden duidelijker. Maar ook, dat die grenzen nogal arbitrair zijn.
Zo bezien lijken liefde en bewustzijn erg op elkaar en worden misschien daarom deze woorden in diverse scholen door elkaar gebruikt.
Sinds ik dit beoefen is mijn leven veranderd. Ik wordt er vriendelijker, toleranter en Bourgondischer van, en mijn omgeving ook, schijnt het. Hoe dan ook, mijn relatie met Renée is er veel harmonieuzer op geworden (meestal).

Behalve aandacht voor ontwikkeling van de geest, was er het afgelopen jaar ook veel aandacht voor de ontwikkeling van de stoffelijke kant: de molen en zijn omgeving.  Daarover meer op de volgende pagina.
 
 

..... stof

Vorig jaar in het voorjaar is ons nieuwe appartement op zolder door de aannemer opgeleverd. Wij zijn er toen onmiddellijk ingetrokken en vonden het er zo leuk dat we de eerste drie weken bijna niet meer beneden kwamen. Vanaf ons dakterras hebben we een prachtig en vrij uitzicht over het ongerepte dal. De moeite die Renée had om ons ouwe trouwe huis in Zichov te verlaten was snel voorbij.
Dat we nu een eigen plek hebben waar we ons terug kunnen trekken heeft ons alletwee erg geholpen een goed evenwicht te bewaren tussen "in de groep" en "op mezelf" zijn. Dat ging het afgelopen jaar stukken beter dan daarvoor.

In het voorjaar zijn de schuren opgeknapt, de wanden zijn gerepareerd en geschilderd en de daken hersteld. Daarna is Renée druk in de weer geweest om het geheel aan te kleden met borders, klimplanten en plantenbakken. Het uitzicht vanuit de molen op ons "voorplein" is nu oogstrelend.

De overstromingen lijken gelukkig tot het verleden te horen. We hebben een buis laten leggen waardoor het water dat zich bij het huis verzamelt afgevoerd wordt. Dit jaar hadden we in januari heel veel sneeuw die in korte tijd smolt waardoor er weer een grote overstroming in het dal was. Maar bij de molen hebben we de voeten droog gehouden en wat belangrijker is, de kelder ook.
Evenals het jaar ervoor mochten we weer regelmatig vrijwilligers  ontvangen. We hebben veel hulp van ze gekregen, waardoor volgens plan het begin van een ”ruïne” is ontstaan, diverse meubels er weer goed uitzien, het huishouden op orde bleef en een gigantische stapel brandhoutjes is ontstaan. Maar het allerleukste vonden we, dat we veel plezier met elkaar gehad hebben en we veel geleerd hebben. Ik begon zelfs “het 144 keer dezelfde mantram reciteren” te beoefenen!
Daarnaast dienden zich steeds meer mannen uit de omliggende dorpen aan om te komen helpen. We zijn er dankbaar op in gegaan.  Het bleek een echte win-win-situatie. Het waren mannen zonder werk, die wat wilden bijverdienen en het kennelijk leuker vonden bij ons te komen werken dan de hele dag bier te hijsen in het plaatselijke café (wat een groot woord is voor het halletje van het enige winkeltje in het dorp).  We hebben daarbij het al dan niet terechte gevoel ook nog wat sociaal werk te doen. Overigens hebben we van één van de mannen, die we een voorschot gegeven hadden, nog steeds wat uren tegoed. Het omgaan met deze mensen is een geweldig oefenterrein om bewust te blijven (of niet) van wat zich voordoet en te kiezen om vanuit ons dagelijkse ik te reageren of vanuit heelheid. Daar is een aparte nieuwsbrief mee te vullen. Een mooi voorbeeld is de volgende ervaring: op een vroege ochtend werden we wakker  van een donderend geraas. Het leek of een geweldige lading sneeuw van het dak schoof. Maar midden in de zomer was dat nogal onwaarschijnlijk. Toen we buiten kwamen bleek een grote vrachtwagen ongevraagd een lading keien afgeleverd te hebben, met een glunderende inwoner van het nabijgelegen dorp er naast. Die vertelde dat hij de dag ervoor van mij gehoord had dat ik bij de ingang ooit een pilaar voor een hek wilde laten metselen en dat hij dat wel even kwam doen. Daarom had ie al vast deze stenen laten komen. Of we het uithakken ervan en het transport maar gelijk even wilden afrekenen! In liefde, maar wel indringend, heb ik hem toen duidelijk gemaakt dat dit niet de bedoeling was.

Het lijkt of onze energie tot nu toe meer op het samen werken aan de voorzieningen gericht is geweest dan op workshops. Dat neemt niet weg dat de workshop "Vier je Leven" met erg veel plezier werd gedaan zowel door de deelnemers als door de gevers ervan, Jitte en Nico,  Renée en ik hebben genoten met en van deze groep. We hopen dat we dat dit jaar kunnen herhalen. En we gaan samen met Jitte en Nico een workshop geven.

De gebeurtenissen van 11 september grepen ons erg aan. Het was in eerste instantie een niet te bevatten ervaring voor ons, iets in een andere wereld. Langzamerhand begonnen we te beseffen wat er eigenlijk gebeurd was en welke gevolgen het voor de direct betrokkenen, de wereld en voor ons kon hebben. Een heel concreet gevolg voor ons was dat onze financiële positie, die niet zo sterk meer was, verder verzwakte.  Onze toekomst werd leek ineens erg onzeker.
Inmiddels is er weer een beetje rust gekomen en hebben we ons vertrouwen teruggevonden. We hadden al eerder bedacht om het met de investeringen wat rustiger aan te doen en ons eens een tijdje op het ontwikkelen van de tuin te concentreren. Na veel wikken en wegen hebben we toch besloten dit voorjaar ook een mooie groepsruimte te maken op de eerste verdieping van de molen, met aangrenzend een nieuwe gastenkamer. En we gaan een droompje van mij realiseren door een nieuwe schoorsteen te bouwen zodat we een houtkachel in de recreatieruimte kunnen plaatsen. Het wordt daar dan nog veel gezelliger dan het al was.

Als we onze plannen voor dit jaar gerealiseerd hebben,  hebben we een aantrekkelijke plek voor zowel individuele gasten als groepen in een ongerepte natuur. Als ik dan daarbij ook nog de vegetarische kookkunst van Renée in aanmerking neem, vind ik het een bijna onweerstaanbare plek!

Gerard
 
 

2001

Molensteen, slijpsteen, stapsteen

Vorig jaar gingen we enthousiast en vol grootse plannen met de molen van start. We wilden een centrum voor "bewust-zijn" gaan bouwen en een brug tussen oost en west worden. Hoe is het ons vergaan sinds de vorige nieuwsbrief?

In de loop van het voorjaar kwam de eerste fase van de verbouwing klaar. Renée en ik hebben er veel energie ingestoken om dat mooi en met duurzame materialen te doen. Dat laatste was niet zo makkelijk omdat "duurzaam" bouwen in Tsjechië (nog) een onbekend begrip is. Dus aan duurzame materialen is bijna niet te komen en aan kennis en adviezen op dat gebied al helemaal niet. Maar we zijn toch een eind gekomen. Wat het mooi betreft: toen het gebouw dan eindelijk onder de verbouwingspuinhopen vandaan kwam, zeiden we spontaan tegen elkaar: dit had ik alléén nooit zo mooi voor elkaar gekregen. Voor mij was dat het moment waarop ik "wist" dat we het op materieel vlak wel zouden rooien. Onze manier van doen, met vele en soms heftige discussies kost veel tijd, maar levert ook iets moois op. Als ik het enthousiasme en de kennis zie, waarmee Renée de tuin ontwikkelt, al dan niet samen met gasten, vrijwilligers en mij, dan komt dat ook wel voor elkaar. De ideeën van permacultuur gaan we daar steeds meer uitproberen en verder is het een kwestie van tijd en helpende gewassen, dieren en handen.
Op het gebied van de voeding en het huishouden ontwikkelt ons bewust-zijn zich ook verder. Wij aten al vrij veel vegetarisch en biologisch omdat we dat lekkerder en gezonder vinden en omdat we grote vraagtekens hebben bij de onethische manier waarop in de “veelteelt” met dieren wordt omgegaan. De ziektes die daar nu heersen en de draconische oplossingen die gebruikt worden versterken dat nog eens. Verder besteden we meer aandacht aan verpakking, afval, watergebruik, energiegebruik etc. Een typisch voorbeeld:
tot een paar jaar geleden kregen we aardappelen, spijkers, koekjes, eieren etc geleverd in papieren zakjes. Nu in plastic zakjes.
De hoeveelheid plastic die wij tegenwoordig afvoeren is dramatisch groter dan een aantal jaren geleden. Sinds Tsjechië meer een westerse levensstijl is gaan aannemen is er voor ons, en op grotere schaal voor het land, een afvalprobleem gegroeid.
Het wordt mij steeds duidelijker dat "duurzaam bouwen" en "permacultuur" prachtige voorbeelden zijn, van bewuster zijn in de praktijk. Maar het wordt ook duidelijk hoe moeilijk het is om dat te leven. Ik ben zo onwetend, dat ik vaak niet in de gaten heb dat ik materialen gebruik die ongezond, via slavenarbeid tot stand gekomen, of over grote afstanden aangevoerd zijn. En als ik me er al van bewust ben, dan is het soms lastig om aan verantwoorde materialen te komen, die meestal ook nog duurder en/of bewerkelijker zijn. Het is telkens weer opnieuw een optimum kiezen tussen aanpassen aan de wereld waarin ik leef, en bewuster zijn.

Tot nu toe ging het over bewuster zijn op materieel vlak. Hoe ging het op het terrein van omgang met anderen en met mezelf?
Allereerst werden we verrast door de grote belangstelling van vrijwilligers. Dat riep de vraag op welke richting we met de molen precies op willen: groepen ontvangen of woon/werkgemeenschap? In het verlengde daarvan: het midden vinden tussen zo helder mogelijk ons doel voor ogen hebben en zoveel mogelijk ruimte laten voor het onverwachte. Verder was het contact met vrijwilligers en gasten verdiepend en verheffend. In ieder geval intens. Wat langere tijd samen leven en werken leidt vrij snel tot elkaar echt ontmoeten, zowel in de fijne als pijnlijke kanten. Het heeft ons veel voldoening gegeven en we hebben er veel van geleerd. Vooral op het punt van het vinden van het juiste evenwicht tussen tijd voor mezelf en tijd voor anderen zou ik nog iets kunnen leren, om het eens zachtjes te zeggen. Voor mij was het interessant te ervaren hoe het is om leiding te geven vanuit respect en daarbij gelijkwaardige aandacht te hebben voor wat de ander wil, en voor wat ik wil.  Hoe helderder (bewuster) ik ben, hoe beter dat gaat.

Toen Renée en ik de ervaringen van het afgelopen jaar op een rijtje zetten, heb ik besloten meer te oefenen in bewust zijn. Zo'n bouwproject en zoveel mensen in mijn privé-sfeer zijn sterke magneten die mijn aandacht afleiden van wat ik wezenlijk ben en vandaaruit te handelen. Dus  meer meditatie, reflectie, tijd voor mezelf. Verder kwamen we tot de conclusie dat we door willen met het ontwikkelen van de molen, maar we hebben daarbij wel erg veel hooi op onze vork genomen. Het is beter als we dit  samen met anderen doen. Het liefst met mensen die het project mee kunnen en willen dragen.  Ook hebben we besloten, zolang er nog geen anderen meedoen, de molen wat rustiger  te ontwikkelen dan we eerst van plan waren. Voor dit jaar hebben we een vijftal weken op het programma, waar we zelf erg veel plezier in hebben. En de verbouwing gaan we wat kalmer voortzetten om duidelijker te laten worden welke kant het op gaat. Bovendien begonnen de financiële middelen het afgelopen jaar hun beperkingen op te leggen. Om de speelruimte weer te vergroten hebben we de “steunbeer” ontwikkeld, waarover je hierna meer kunt lezen.

De spirit in de vorm zetten, of anders gezegd, dromen waarmaken, blijkt voor ons op dit moment te zijn: veel en prettig dromen, hard werken en opletten dat het genieten blijft.

Gerard
 

Over bouwen en verbouwen, work en werk

Wat gebeurt er toch veel in een jaar. Veel en tegelijkertijd weinig, zo lijkt het,want als ik nu naar ons voorplein kijk zie ik weer net zo'n modderpoel als toen ik het vorige verslag schreef. Weer ging er een bulldozer eroverheen, die nieuwe braakliggende zand- en stenenvelden maakte (prachtige plekken trouwens om wilde bloemen te laten groeien).
Maar in de tussentijd...hadden we een prachtige zomer. Ik voelde me een echte pionier: de moestuin werd gedeeltelijk ontgonnen en al na een paar maanden konden we de eerste groenten oogsten. Met schade en schande leerden we, dat op deze unieke plek, waar het o zo heet kan zijn, nachtvorst nog voorkomt begin juli en alweer eind augustus. Wel een wonder dat er op die plek  toch nog wat aardappelen, courgettes en pompoenen geoogst konden worden. Gelukkig zijn er ook veel gewassen die vorst goed verdragen en die ons rijkere oogsten schonken.
De nabije omgeving van de molen werd omgetoverd van een woestijn in een groene plek. Ik zette plantenbakken overal waar dat kon en had daar veel werk mee. Moeder natuur droeg gewoon wat zaden aan en had zo in no time de enorme stenenberg in een groene heuvel veranderd. Maar, eerlijk is eerlijk, bij mij was de soortenrijkdom iets groter. Ook heb ik veel wilde bloemen gezaaid en die deden het prachtig op al die plaatsen waar de grond overhoop gehaald was. Mooi om te zien hoe er uit chaos en lelijkheid toch weer bloei en schoonheid ontstaat.
Bloei was er ook in het menselijke gebeuren. We ontvingen al heel wat gasten, die elk op hun eigen wijze ook bijdroegen aan het geheel dat hier groeit, met hun ideeën, geschenken of “werken”. En natuurlijk waren er veel diepzinnige of juist heel luchtige gesprekken onder de appelbomen of in de keuken, die ondanks het primitieve uiterlijk steeds meer uitgroeide tot het hart van het huis.
Verrassend was het voor ons dat er op ons kleine oproepje voor helpende handen zo veel reactie kwam. Van begin juli tot eind oktober waren er voortdurend mensen die meewerkten. Sommigen bleven wel een paar maanden. Dank zij hun noeste arbeid is er heel wat meer tot stand gekomen dan wij met z’n tweetjes hadden gekund. Zo werd bijvoorbeeld de moestuin door Ella omgespit en ingezaaid, bouwde Lydia kunstwerken uit stenen (en maakte en passant ook de weide stenenvrij zodat er weer gemaaid kan worden), ontpopte Ineke zich naast haar vele schil- en schoonmaak- werk als deurenschilderes en zorgde Aad dat we onze gigantische schuren, waar ook gigantisch veel rommel in lag, weer konden gebruiken. Dit is maar een greep uit het vele dat gedaan werd door velen. We zijn heel dankbaar voor al deze helpende handen.

Roos gaf haar workshop voor een select gezelschap, dat heel enthousiast was over het gebodene. Vooral de combinatie van spirituele oefeningen met stevig lichamelijk werk sprak erg aan. Het was werkelijk hemel en aarde verbinden. En de resultaten zien we elke dag, in de vorm van een stenentuin naast de grote trap. En wat voor stenen! Hele grote. Soms waren er drie of vier man (in werkelijkheid meestal vrouw) voor nodig om er één te verslepen.

Voor de verbouwing is deze winter helaas veel minder geld beschikbaar dan we gehoopt hadden. Geen nieuwe gastenkamers dus nog, alles blijft nog even romantisch bij het oude. En natuurlijk is er wel volop kampeergelegenheid. We hadden vorig jaar zelfs gasten die met hun caravan kwamen (en ze kwamen ook weer weg, knap, als je kijkt naar onze  toegangsweg .
In elk geval zijn we  de schuren aan het opknappen. Daarna kunnen we eromheen ook planten zetten, zodat het voorplein er al veel gezelliger uit gaat zien. Verder is de “ru?ne”, die steeds meer op instorten ging staan maar het niet deed, een handje geholpen en afgebroken. Het idee is dat dit één van de klusssen wordt voor deze zomer, om die op een artistieke en veilige manier weer op te bouwen. Dus, stenensjouwers, stroop je mouwen maar vast op.
Ja, en dan was er nog het water. Begin februari steeg de temperatuur heel snel, met als gevolg dat ons kleine riviertje overstroomde. Toen we erbij kwamen was het water al weer gezakt, maar het was duidelijk dat het in de kelder - waar we die práchtige toiletten met leemwanden hadden laten bouwen - zo’n dertig centimeter hoog had gestaan. En ja, leem lost heel gemakkelijk in water op, dus ... kale muren en veel troep. En eind maart was het alweer zover, maar deze keer heeft Gerard, die zich ontpopt als een echte dijkenbouwer,het voor elkaar gekregen om de steiging binnenshuis op het nippertje te stoppen. Wat we geleerd hebben is dat een dijk niet alleen water buiten kan houden, maar ook binnen. Eén en ander is niet leuk, maar ik vind het ook wel spannend om na te denken over de mogelijkheden én onmogelijkheden die we hier tegen komen. Want, we zijn al gewaarschuwd, het water kan nog hoger komen.

Renée

PS.  Ja, 't is waar, mijn verhaal gaat over werk, werk en werk. En dat is er ook meer dan genoeg.
Maar zo-even zat ik een tijdje aan het water, alleen maar te kijken, te luisteren naar de vogels. En ik voelde een diepe vrede. Die zit in mij, maar de rust en schoonheid van de plek dragen daar zeker aan bij.
En dat is waar het hier eigenlijk om gaat, genieten van deze plek en als vanzelf weer de stilte ervaren, je verbinding met het grote geheel. En dat willen we graag delen.
 
 

2000

Doen wat je wilt. Wat wil ik eigenlijk?

Vorig jaar in deze tijd was ik bezig met de opleiding tot Zijnsgeoriënteerd therapeut bij Hans Knibbe. Daarnaast waren Renée en ik druk met het ontwikkelen van plannen voor de molen. Voor de opleiding reisde ik regelmatig naar Nederland op en neer en dat begon me erg zwaar te worden. De vraag drong zich steeds sterker op of ik dat alletwee wel wilde blijven doen. Toen ik me daar mee bezig ging houden kwam ik op de vraag: wat wil ik eigenlijk in deze wereld, waar ga ik nou echt van zingen?
In het proces dat volgde heeft een artikel van Hans Knibbe over de jakobsladder een belangrijke rol gespeeld. Ik zag daarin een prachtige integratie van zoeken naar je ware aard, naar het goddelijke, met in de wereld komen, met incarneren. Ik zag ineens dat dat geen tegenstelling is, zoals ik zo lang gedacht had en dat het er voor mij om gaat om mijn ware aard, hier op aarde, op mijn persoonlijke manier vorm te geven. Na enig zoekwerk kwam ik er achter dat mijn aard toch meer gericht is op nog eens een keer een voor mij groot en zinvol project als de molen in de wereld te zetten, dan therapeut worden, hoe prachtig ik dat werk ook vind. Het betekent eigenlijk nog eens doen wat ik al eerder in mijn leven gedaan heb, maar nu niet vanuit kramp, vanuit verdediging, om iets te bewijzen, maar vanuit inspiratie, rekening houdend met het grote geheel.
Nou, toen begon het proces van vormgeven voor mij pas echt, waarbij ik vaak denk aan wat over het creëren van kunst wel gezegd wordt: 10 procent inspiratie en 90 procent transpiratie. Wat willen we in de molen eigenlijk gaan (laten) doen, kunnen we dat wel alleen, met wie dan eventueel samen, hoe organiseren we dat allemaal, en het meest actueel: hoe gaat het gebouw er uitzien? Op zichzelf niet van die schokkende vragen, maar om met deze aardse onderwerpen op een geïnspireerde manier om (te blijven) gaan, dat blijkt voor mij taaie stuff te zijn. Om de haverklap duiken oude krampen op die me aanzetten om met Renée in gevecht te gaan over de verreweg beste kleur van de wc-brillen, of me dodelijk vermoeid laten voelen omdat ik weer zoveel verplichtingen op me genomen lijk te hebben waar ik nou juist vanaf wilde.
Toch merk ik dat het anders gaat dan vroeger. Het gaat niet meer om mij alleen. In de confrontatie met Renée herken ik eerder dan vroeger weer de Buddha in Renée, in de bouwteam-vergadering heb ik meer dan vroeger begrip voor de aannemer als er iets mis gegaan is en denk ik niet onmiddellijk aan de claim. Sterker nog: ik zie Renée meer en meer in haar rol van architect en bouwheer/vrouw groeien en wij hebben een aannemer getroffen die het onwaarschijnlijk goed doet. Kortom, het lijkt er echt op dat als je meer vanuit je "grootsheid" (ik voel nog steeds schroom bij dit woord), je gemak, gaat leven, dat dan het leven "grootser", gemakkelijker wordt. Ook de plannen worden grootser en we zien wel in hoeverre ze gehaald worden.
Onze droom is dat de molen een plek wordt, waar mensen met elkaar voor korte of langere tijd samen kunnen leven en dat leven vormgeven vanuit inspiratie. Zowel op het persoonlijke vlak als in relatie met anderen en de natuur. En in dat licht wil ik ook graag met de molen een brug slaan tussen oost en west. Ik zie hier in Tsjechië op zoveel terreinen een kennis- en ervaringsachterstand, anders gezegd een kennis- en ervaringsovervloed in het westen, dat het voor de hand ligt om dat te delen. Wat wij westerlingen hier (nog) kunnen leren is dat je ook zonder ooit van zijnsoriëntatie gehoord te hebben, eenvoudig, op je gemak, hartelijk en op een natuurlijke manier kunt leven.
Mijn overtuiging is, dat als je maar hard genoeg droomt met genoeg mensen, de droom zich nog gaat verstoffelijken ook. Daarom zijn "leuke" dromen zo belangrijk.

Gerard
 

Hoe verging het de molen?

Nou, er veranderde veel. In het begin leek het of er alleen maar afbraak was. Mensen die er geweest zijn, zullen de omgeving bijna niet terugkennen. Soms wisten we niet of we moesten lachen of huilen bij wat we zagen: meer dan manshoge bergen aarde en stenen, een voorplein dat in een modderpoel veranderde (en stel je voor hoe dat er uitziet als er dan een zware  tractor doorheen rijdt). Voor het rechter deel van de molen gaapt een ravijn. Het is wel altijd lachen geworden maar het vergde soms veel vertrouwen. Als in mei de eerste fase van de verbouwing is afgerond, hebben we een rietveld (met riet van eigen bodem) voor de waterzuivering, een voorplein op verschillende niveaus en liggen er dijkjes, zodat we bij een volgende overstroming in staat zijn om met droge voeten de moestuin te bereiken. Buitendijks komt er een zwemvijver. Het graven van de waterput was een spannend gebeuren. De precieze plek werd met een heuse wichelroede vastgesteld. Dat is trouwens heel gewoon hier in Tsjechië. 15 meter diep was de boor toen het eerste water omhoog spoot. Water uit rots. We denken dat het een fantastische kwaliteit heeft. Maar dat is nog even afwachten, eerst moeten we een paar weken pompen om alles schoon te maken.
En dat is dan het buitengebeuren. Binnen is er ook heel veel gebeurd: de kelder, die een meter dieper is gegraven en gehakt, is nu onze nieuwe hoofdingang; met een garderobe, douches en toiletten en een ruimte waarin de toekomst een sauna zal komen. Plus een voorraadruimte en een kamer waar de was gedaan gaat worden. Het geheel begint er heel sfeervol uit te zien, met lemen en natuurstenen wanden, nisjes en hoekjes. De molenruimte op de begane grond heeft een nieuwe vloer, zodat er nu veilig gelopen, gedanst en gemediteerd (zie foto) kan worden. Deze ruimte zal zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat bewaard blijven. We willen er veel functies aan geven: molenmuseum, recreatieruimte, toneelzaal. Jammer voor de liefhebbers, maar in het bouwgeweld heeft ons antieke wc-tje het loodje moeten leggen. Slechts een foto rest ons. Daar staat tegenover, dat we veel andere materialen en molenonderdelen wel weer gaan gebruiken. Voor mij is het een sport om telkens weer nieuwe bestemmingen te vinden. Ook zijn we oude deuren gaan verzamelen, die straks samen met de nog aanwezige voor een sfeervol geheel gaan zorgen.
Op de zolder van de molen wordt momenteel ons toekomstige woonhuis gebouwd. Deze zomer zal het dienen om een aantal workshopgasten onder te brengen. Als alles meezit kunnen we er dan volgend jaar  zelf intrekken.
Het begeleiden van dit hele proces vraagt veel inzet, bijvoorbeeld omdat duurzaam en met schone materialen bouwen hier in Tsjechië nog vrijwel onbekend is. Dat betekent dus veel praten, uitleggen, zelf mogelijkheden zoeken. Maar de aanhouder wint, bovendien hebben we een aannemer gevonden, die een waar wonder is. Hoewel veel van onze ideeën en de materialen die we willen gebruiken, zoals leem, stro, vlas en speltkaf, vreemd en nieuw voor hem zijn, gaat hij in toenemende mate meedenken en -zoeken. Voor elke moeilijkheid wordt ten slotte een oplossing gevonden. Ook de "werkers" maken geestelijke sprongen. Zo leren ze nu pleisteren met leem en doen dat zelfs met de handen om een natuurlijk effect te bereiken. Dit gaat volstrekt in tegen de Tsjechische gewoonte om alles zo glad mogelijk af te werken. Ook het idee van de natuurstenen vloer in de kelder komt oorspronkelijk van hen. Prachtig is dat, zo bouwen met materialen die je opraapt in je eigen tuin. En het is ook hartverwarmend om mee te maken hoe al die mensen (soms zijn er wel 12 of 15 tegelijk aan het werk) in een heel ontspannen sfeer, meedenken en hun hart in het werk leggen.
Sommige van de plannen die we vorig jaar koesterden hebben we inmiddels los moeten laten. We wilden heel graag de voormalige molenbeek die onder het huis door loopt, weer in ere herstellen en gebruiken om elektriciteit op te wekken. Helaas, dat wordt veel te duur. Dus geen stroom, wel - ooit - de beek. Het lijkt ons fijn om stromend, levend water zo dicht in de buurt te hebben, al is natuurlijk ook het riviertje niet ver weg. Ook wilden we graag warmte opwekken met een volautomatische pellet-ketel. Pellets worden gemaakt van zaagsel (dus afval) en branden schoon. Nu wordt het een handbediende ketel, meer werk dus, maar die heeft wel als voordeel dat we er ook de bergen afvalhout die er bij de bouw vrijkomen in kunnen opstoken.
We hopen dat eind mei het werk van de aannemer klaar is. Dan is de beurt aan ons om op te ruimen en in te richten. Ook  de natuur kan haar gang weer gaan en modderpoelen in groen en bloemen veranderen. En dat is nodig, want.....

Renée
 
 

1999

Hallo………

Zoals je misschien al weet zijn wij verliefd geworden op een oude watermolen. Over hoe het hiermee gaat willen we nu in brede kring een nieuwsbrief verspreiden. Sommige dingen zijn dus voor jou misschien oud nieuws...

Die watermolen staat in Tsjechië en is inmiddels ons eigendom. Hij kwam niet uit de lucht vallen. Zolang  wij elkaar kennen, zeven jaar inmiddels, hadden we een droom. Namelijk, het creëren van een plek, waar ruimte en aandacht is voor bewustzijn en ecologie, en waar we een brug kunnen slaan tussen Oost- en West-Europa. En zelf wilden we graag wonen temidden van stilte en natuur. De plek hebben we gevonden en nu zijn we begonnen de droom gestalte te geven.

Stel je voor: een klein rivierdal, ongerepte natuur. Voor wie er oor voor heeft is de stilte er soms bijna tastbaar.  Alleen vogelgeluiden en de wind. Reeën, vossen, moeflons en wilde zwijnen zijn er talrijk. De begroeiing  is ruig, deels onbegaanbaar, en bijzonder. In een bocht van het riviertje ligt het huis: een groot, krachtig hoofdgebouw van ruim een eeuw oud en twee nog oudere schuren. De molenbeek is dichtgegroeid maar het traject nog goed zichtbaar. Dit alles willen we weer in z’n oude glorie herstellen en er een  retraite-  en  bewustzijnscentrum in ontwikkelen.

Bij het herstel van de gebouwen willen we zoveel mogelijk gebruik maken van duurzame en natuurlijke materialen. De afvalwaterzuivering zal bij voorkeur plaatsvinden door een biologische methode, zoals een rietveld. Om aan de energiebehoefte te voldoen denken we aan systemen die vooral gebruik maken van  niet-vervuilende en vervangbare  energiebronnen, zoals houtpellets, zonne-energie,  warmtepomp e.d. Ook onderzoeken we of het haalbaar is de molenbeek weer te laten stromen en via een dynamo onze eigen energie op te wekken. Bij de aanleg van de tuin gaan we uit van de  principes van de permacultuur.

Over enige jaren zien wij dan een oord ontstaan,  waar groepen van maximaal 25 mensen uit Nederland, Tsjechië, Duitsland, en Oostenrijk zich graag een tijdje afzonderen om zich bezig te houden met bewustzijnsontwikkeling,  therapie, kunst en cultuur, contact Oost- en West Europa, milieu en ecologie,  beleidsontwikkeling van organisaties e.d.  De opzet van het gebouw  en de tuin is bedoeld als een voorbeeld-project om belangstelling te stimuleren voor milieu en ecologie. Onze aandacht gaat daarbij vooral naar gastland Tsjechië, waar vooralsnog weinig bewustzijn leeft van de noodzaak én de mogelijkheden tot verandering op dit gebied.

Naast groepen willen we ook graag mensen ontvangen, die  “gewoon” vakantie willen houden op een ongewone plek. Of die voor langere tijd behoefte hebben aan rust en/of begeleiding.

De eerste stappen hebben we inmiddels gezet. Vorig jaar  heeft de molen een nieuw dak  gekregen. Het ontwerp van het huis is gemaakt. Naast een mooie, lichte groepsruimte in het oude molengebouw, eet- en recreatieruimte, komen er in het voormalige woongedeelte 10 (meest 2-persoons) kamers met eigen douche en toilet. Op het ogenblik wordt gewerkt aan het maken van de bouwtekeningen en het verkrijgen van de vergunningen. In de loop van dit jaar hopen we te beginnen met de aanleg van ons appartementje op de molenzolder. Voor volgend jaar staat de bouw van de eerste fase van het centrum op het programma, alsmede de aanleg van het energiesysteem, de watervoorziening en de afvalwaterzuivering. We verwachten, dat we dan in de nazomer al op beperkte schaal en in nog wat primitieve omstandigheden de eerste gasten kunnen  ontvangen.

 Dit alles betekent, dat wij ons huis in Zichov, waar wij zo’n 5 jaar heerlijk gewoond hebben, gaan verkopen. Als je geïnteresseerd bent, of anderen kent die geïnteresseerd zijn, laat  het ons weten.

Het klinkt allemaal nogal ambitieus, en dat is het ook.  In het jaar dat de molen nu in ons leven is, is er in en met ons het nodige gebeurd. We hebben beiden een periode van twijfel en onzekerheid gehad. Ons afgevraagd of we dit wel werkelijk willen en kunnen. Maar de laatste maanden wordt het steeds helderder: Ja, we gaan dit doen.  Onze droom gaat in vervulling, nu willen wij de volgende stappen zetten. Momenteel werken we er alle twee met veel plezier aan, we worden er heel levendig van en krijgen steeds meer energie. Maar we willen en kunnen niet alles alleen doen, zowel praktische als financiële hulp is zeer welkom.

Als je zin hebt je handen (bij voorkeur 2 rechter) eens lekker uit de mouwen te steken, ben je nu al welkom. Voor dit jaar staan vooral puinruimen, ruig tuinwerk en het restaureren van oude meubelen op het programma. Je moet wel rekenen op primitieve verblijfsomstandigheden. Om je een beetje een indruk te geven waar het allemaal over gaat, sturen we een foto mee.

De manier waarop financiële hulp gestalte kan krijgen, zijn we nog aan het uitwerken. Daarover berichten we in een volgende nieuwsbrief.

En wil je gewoon eens komen kijken: dit jaar zijn er nog volop logeermogelijkheden in Zichov, zij het volgens een andere formule dan gebruikelijk.
Het staat allemaal beschreven in bijgaande folder.

Tot ziens, al dan niet in de molen, en een hartelijke groet van

Renée en Gerard
 
 









home   contact